|
Uit: |
Rechercheur Baantjer Bureau Warmoesstraat
deel 2 |
|
Uitgegeven door De Fontein -
Baarn - verschenen 1993 |
|
Tieneke
De wachtcommandant bracht haar zelf naar boven: een
jong meisje met een schuchtere make-up. 'Het is nogal rumoerig
beneden. Praat jij even met haar.'
'Waarover?'
Hij maakte een wrevelig gebaartje. 'Ze kwam hier het bureau
binnenlopen. Ze zoekt haar tante.' Voor ik nog iets kon vragen,
beende hij de kamer uit.
Ik keek haar aan. Met een wit kanten bloesje, gestoken in een
strakke spijkerbroek, zag ze er niet onaardig uit. Ze had een rond
gezichtje met blauwe ogen en een wipneus boven volle lippen. Het
korte blonde haar was in Purdy-look.
'Wie ben je?' opende ik.
'Tieneke van Leeuwen. Ik ben dertien.'
Ik gebaarde naar de klok. 'Een beetje te jong om 's avonds om tien
uur nog hier in de buurt rond te lopen.'
'Ik zoek mijn tante.'
'Waar woont die?'
'Ergens in de buurt van een groot gebouw waar altijd
tentoonstellingen worden gehouden.'
'Heb je geen adres?'
Ze schudde het hoofd. 'Ik kan het wel wijzen.'
Ik glimlachte om de onnozelheid. 'Hoe kom je dan in de Warmoesstraat
terecht?'
Ze verschoof iets op haar stoel. 'Ik kom uit Arnhem met de trein.
Buiten het station vroeg ik naar de politie. Toen hebben ze me naar
hier verwezen.'
Ik begreep er nog niet veel van. 'Hebben je ouders je naar Amsterdam
gestuurd?'
Ze liet het hoofd iets zakken. 'Mijn ouders zijn dood... omgekomen
bij een auto-ongeluk in Duitsland. Ik woon bij mijn oudste zuster.
Die is met een Turk getrouwd.' Ze keek naar me op. 'Ze hebben geen
goed huwelijk. .. steeds ruzie. Vanavond was het zo erg dat mijn
zuster de deur uitliep. Ik vond het wat griezelig om alleen met hem
in huis te blijven. Toen ben ik ook maar weggelopen.'
'En zonder kaartje op de trein naar Amsterdam.'
Ze glimlachte. 'Ik zat steeds op het toilet.'
'Hoe heet je tante?'
'Van Leeuwen.. . net als ik. Ze is weduwe.'
'Heeft ze telefoon?'
'Dat weet ik niet. Ik ben in geen jaren bij haar geweest. Maar
vroeger heb ik vaak bij haar gelogeerd.'
Ik pakte het telefoonboek. De naam Van Leeuwen kwam
er pagina's lang in voor. Het leek me ondoenlijk hen stuk voor stuk
te bellen. Ik gokte een paar maal op een Van Leeuwen in de buurt van
het RM-gebouw, maar niemand had relaties met een dertienjarige
Tieneke, van wie de ouders in Duitsland waren omgekomen. Ik stond
juist op het punt een auto te charteren, toen de telefoon ging. Het
was de wachtcommandant.
'Heb je dat meisje nog?' vroeg hij.
'Ja,' zei ik.
Hij verbrak de verbinding.
Vrijwel direct daarop kwam een al wat ouder echtpaar de kamer binnen
en stoof op het meisje af. De vader keek me bezorgd aan. 'Heeft ze u
verteld dat haar ouders bij een auto-ongeluk om het leven kwamen en
dat ze op zoek was naar haar tante?'
Ik knikte verbijsterd.
Hij schudde het hoofd. 'Dat doet ze altijd als ze is weggelopen.'
Ze namen haar tussen zich in en liepen de kamer uit. Bij de deur
draaide ze zich plotseling om en holde naar me terug.
'Sorry,' fluisterde ze, 'maar elke avond televisie met die oudjes is
ook niks.'
A.C. Baantjer
Archief
verhaal van de week
|