Best bekeken in 1024x768

Verhaal van de week - nr. 98

 

Uit:  Rechercheur Baantjer Bureau Warmoesstraat deel 3
Uitgegeven door De Fontein - Baarn - verschenen 1993

 

Het mes

 

Het aantal steekpartijen in de Amsterdamse binnenstad neemt hand over hand toe. Onrustbarend. In het Binnengasthuis, het dichtstbijzijnde ziekenhuis met een eerste-hulppost, worden per jaar zo'n honderd dertig tot honderd vijftig steekwondslachtoffers binnengebracht die een spoedoperatie vergen. En dat betreffen voor zeker negentig procent slachtoffers van steekpartijen op de Walletjes, de Zeedijk en omgeving.

Wanneer men vroeger - en dat is nog geen jaar of tien geleden - in een café onenigheid kreeg, riep de uitdager: 'Kom maar effe mee naar buiten!' Wat gebeurde. De belangstellenden vormden een kring en de kemphanen gingen elkaar met de blote vuist te lijf.

Nu hadden de bekende straatvechters van die tijd wel een hoge hoed vol gemene trucs, maar de verliezer kon in de regel thuis zijn wonden likken. Ik bedoel, daar kwamen geen chirurgen aan te pas. Tegenwoordig duwt men elkaar om de minste of geringste reden staal van vijftien centimeter lengte tussen de ribben.

Het mes gold vroeger als het wapen van een laffe vent, die het met zijn handen niet af kon. Het was minderwaardig en de omstanders reageerden met afschuw. Nu kan men de binnenstad zonder een gebruiksklaar dolk-, klap-, val- of knipmes niet meer ingaan. Bij vrijwel elke arrestant aan het bureau Warmoesstraat komt tijdens de fouillering zo'n moordwerktuig te voorschijn.

De meeste berovingen in de binnenstad worden met het mes in de hand gepleegd. Vaak door nog jonge lieden. En wee degene die het waagt zich te verzetten: hij wordt genadeloos neergestoken en alsnog van zijn bezittingen beroofd. Bij de verslaafden, de junkies, heeft de heroïne elk gevoel van humaniteit gedood. Wat telt is de heroïne en hun eigen existentie. Al het andere is daaraan ondergeschikt. Als hun vergiftigde bloed om een volgend 'shot' schreeuwt, moet hij 'scoren'. Het leven van een medemens is dan geen punt van overweging meer.

Denkt u niet dat alleen mannen van het mes gebruik maken. Ik ken ook vrouwen die buiten het huishoudelijke bestel heel vaardig het mes als wapen hanteren.

Ik herinner me Bolle Piet, een grote zwaargebouwde man, die graag een slok lustte. Wanneer hij 's avonds van zijn werk uit de haven kwam, nam hij steevast een neut. Kee, zijn wettige eega, vond dat niet goed. Zij was een klein vrouwtje, hoewel een serpent. Wanneer Bolle Piet wat jolig thuiskwam, sloeg zij hem met potten en pannen op het hoofd. Zij ging daarvoor speciaal op een stoel staan, anders kon zij er niet bij. Piet heeft mij weleens na zo'n behandeling zijn hoofd vol builen laten zien. 'Hoe vind je mijn klui-tenkop?' vroeg hij.

Op een keer stak zij hem met een aardappelmesje een paar darmen lek. Het was aan de buitenkant slechts een minuscuul wondje en Piet vond het niet nodig daarmee naar een dokter te gaan. Hij liep gewoon door. Het werd zijn dood.

Kort voor hij stierf bezocht ik hem ambtshalve in het Binnengasthuis. 'Hoe kom je aan die steek in je buik?' vroeg ik.

Hij keek mij wat wazig aan. 'Van Kee,' sprak hij vlak. 'Zij had de pest in.'

Plotseling, in een moment van helderheid, kwam hij overeind. Hij stak een vinger naar mij op. 'En waag het niet iets tegen haar te ondernemen,' sprak hij dreigend. 'Zij is voor mij altijd een moordwijf geweest.'

 

A.C. Baantjer

 

Archief verhaal van de week