Best bekeken in 1024x768

Verhaal van de week - nr. 94

 

Uit:  Rechercheur Baantjer Bureau Warmoesstraat deel 2
Uitgegeven door De Fontein - Baarn - verschenen 1993

 

Even wisselen

 

De man die door een zwaarlijvige hoofdagent werd binnengebracht, zag er wat sjofeltjes uit. Hij droeg een vuile spijkerbroek, een slobberig colbert en een vale vilten hoed op een bos ongekamde haren.

'Waar heb je hem voor?' vroeg ik.
'Diefstal,' baste de hoofdagent. 'Hij is op heterdaad betrapt toen hij in een modezaak aan de Nieuwendijk geld uit de lade van een kassa nam. De eigenaar komt zo aangifte doen.'
'En waar is het geld?'
De agent bewoog het hoofd opzij. 'Dat is direct weer van hem afgepakt en in de kassa teruggedaan. Het was al gebeurd voor ik werd geroepen. Hij heeft nu niets bij zich. Ik heb hem gefouilleerd. Hij had alleen een half pakje shag en een doosje lucifers.'
Ik keek de man onderzoekend aan, monsterde zijn ongeschoren kin. 'Had u het geld zo hard nodig?' vroeg ik bezorgd.
De man schudde het hoofd met de hoed. 'Ik wilde niet stelen.'
Het is aan het bureau Warmoesstraat niet de gewoonte dat iemand direct bekent, daarom glimlachte ik beleefd en bracht de man naar het verhoorkamertje.


Na een paar minuten kwam de eigenaar van de zaak. Hij zag er keurig uit, modern gekleed in fondant-groen.
'U hebt de man betrapt?' begon ik.
De eigenaar knikte. 'Ik heb achter mijn zaak een kleine keuken. Daar was ik voor een kop koffie.'
'Er was toen niemand in de zaak?'
'Nee, maar dat kan wel. Het is 's morgens altijd erg stil.'

'U kwam uit de keuken en toen?'
'Toen zag ik hem. Hij stond bij de kassa en nam geld uit de lade, tientjes en briefjes van vijfentwintig. Hij schrok geweldig toen hij mij zag. Ik stormde naar hem toe en pakte hem het geld af. Ik zag door de etalageruit een politieman. Die heb ik direct gewaarschuwd.'
Nadat de eigenaar was uitverteld, ging ik terug naar het verhoorkamertje.
'Het is allemaal nogal duidelijk,' begon ik. 'De eigenaar heeft je op heterdaad betrapt toen je geld uit de kassa nam.'
De man knikte. 'Dat klopt, dat heeft die man.' Hij schudde het hoofd. 'Maar ik heb niet gestolen. Het was geen diefstal.'
Ik grinnikte. 'Hoe noemt u het dan?' 'Wisselen.'
'Wisselen?' herhaalde ik verbaasd.
'Ja, ik was even aan het wisselen. Ziet u, ik merkte dat ik geen vloeitjes meer had. Toen wilde ik een pakje vloeitjes kopen, maar ik had alleen een briefje van honderd. Nou vond ik het een beetje lullig om een sigarenzaak binnen te stappen voor een enkel pakje vloeitjes en dan ook nog met honderd gulden te betalen.'

'Toen besloot u te wisselen?'
'Ja, ik ging die modezaak binnen. Daar was niemand. Ik wachtte en er kwam niemand. Ik zag de lade van de kassa openstaan. Nou, toen heb ik mijn briefje van honderd in de lade gelegd en ik was net bezig met het wisselgeld, toen die vent op mij afstormde.'
Ik grijnsde. 'Een mooi verhaal. Je neemt toch niet aan, dat ik het onmiddellijk geloof?'

Hij trok de schouders op. 'Gelijk heb je,' zei hij gelaten.


Ik belde de eigenaar van de zaak en vroeg hem of hij op korte termijn de kas kon opmaken. Dat kon. Binnen het kwartier had ik het antwoord. De kas bevatte honderd gulden te veel. Ik ging terug naar het verhoorkamertje.

'U kunt uw honderd gulden bij de modezaak afhalen,' zei ik. 'En beneden krijgt u uw shag en lucifers.' Hij keek me aan en schoof zijn hoed wat terug. 'Heeft u zolang voor mij een vloeitje?'

 

A.C. Baantjer

 

Archief verhaal van de week