|
Uit: |
Rechercheur Baantjer Bureau Warmoesstraat
deel 2 |
|
Uitgegeven door De Fontein -
Baarn - verschenen 1993 |
|
Uit liefde
'Ik heb een ruitentikkerij,'
zei de brigadier van de wacht die belde. 'Kan je het nog hebben,
boven?'
Ik keek op de klok. Het was bijna elf uur en ik had graag naar huis
gewild. 'Oké,' zei ik loom, 'laat maar komen.'
Een paar minuten later keek ik wat verbaasd naar het meisje, dat de
agenten binnenbrachten. Ik schatte haar op negentien, twintig jaar.
Ze zag er goed verzorgd uit in een heldere spijkerbroek en een
nauwsluitend truitje, dat weinig verhulde. In haar lief ovaal
gezichtje stonden een paar grote bruine ogen. Een lange blonde
paardestaart bengelde tot ver op de rug. Toen ik opnieuw naar die
ogen keek, las ik een nauwelijks verholen angst.
'Ruitentikkerij?' vroeg ik verbaasd.
De agenten knikten als een tweeling. 'Ze heeft op de Nieuwendijk met
een straattegel de ruit van een juwelierszaak ingekegeld.'
De oudste agent tastte in zijn zak en gaf me een horloge.
'Dat hebben we bij haar gevonden. De juwelier heeft het al als zijn
eigendom herkend.'
Ik nam het horloge aan.
'En dan is er nog een getuige,' ging de agent verder. 'Hij zit op de
bank in de gang op je te wachten.' Hij lachte me toe. 'Je ziet het,
we brengen je alleen ronde zaken.'
Nadat de agenten vertrokken waren, bezag ik het horloge.
Het was een vrij simpel uurwerk. Er hing nog een prijskaartje aan..
. ƒ 65 stond erop.
Ik monsterde het horloge, dat het meisje zelf aan een pols droeg.
Het was veel mooier en zonder twijfel ook veel kostbaarder dan het
uurwerkje, dat ze had gestolen.
'Ruitentikkerij,' mompelde ik, meer tot me zelf, dan tegen haar.
'Noemt u dat zo?'
Ik knikte en hield het horloge aan het bandje omhoog. 'Is dat alles
wat u gestolen hebt?'
'Ja.'
Ik gebaarde. 'Er lag toch veel
meer in de etalage?'
'Zeker.'
'Waarom hebt u dan niet meer genomen?'
Ze schudde het hoofd. 'Het ging niet om de hoeveelheid.'
'Waar ging het dan om?'
Ze kneep demonstratief de lippen op elkaar.
Ik haalde de schouders op. 'Het is uw goed recht te zwijgen. Ik wil
u alleen zeggen dat "ruitentikkerij" wettelijk een diefstal door
middel van braak betekent. En dat is een ernstig misdrijf.'
Haar gezichtje werd bleek, maar ze bleef zwijgen.
Ik haalde de getuige van de bank. Hij was een knappe jongeman van
omstreeks vijfentwintig jaar. Hij keek me aan. In zijn ogen lag een
vreemde, wat wazige blik.
'U herkent dit meisje?'
'Ja.'
'U hebt gezien dat ze met een straattegel de ruit van een etalage
inwierp en daaruit een horloge wegnam?'
Hij glimlachte. 'Fantastisch, vindt u niet... van Joke?'
'Fantastisch?' herhaalde ik verbaasd.
'Ja,' jubelde hij, 'dat ze het durfde. Ik had nooit gedacht dat ze
het uit liefde voor mij zou doen.'
'Uit liefde?'
Hij glimlachte opnieuw. 'Joke is mijn verloofde. We gaan trouwen. Ik
zei tegen haar: Voor ons huwelijk moetje door een daad bewijzen
datje echt van me houdt.'
Ik keek hem verbijsterd aan. 'En toen liet u haar... ?'
Hij grijnsde breed. 'Vindt u het niet prachtig?'
Ik stond op, voelde hoe mijn bloed begon te koken. 'Eruit!'
schreeuwde ik. 'Eruit!'
Hij liep schoorvoetend weg. Gelukkig. Ik had me misschien niet
kunnen beheersen.
A.C. Baantjer
Archief
verhaal van de week
|