Best bekeken in 1024x768

Verhaal van de week - nr. 88

 

Uit:  Rechercheur Baantjer Bureau Warmoesstraat deel 2
Uitgegeven door De Fontein - Baarn - verschenen 1993

 

Een hobby

 

Ze was mooi, jong, exotisch. Terwijl ze tegen me sprak, bleef ik naar haar kijken. Er was iets vreemds in haar gezicht, iets dat me verwarde. Plots besefte ik wat het was. Het waren haar ogen. Het was niet de kleur of de glans, maar de manier waarop de natuur ze in dat gezichtje had geplaatst. De ogen stonden namelijk niet in een horizontale lijn, maar lagen op verschillend niveau. Ik begreep nu ook waarom haar gelaat me had verward. De beide helften weken sterk van elkaar af. Wanneer ze tijdens het spreken het gelaat wendde, veranderde de uitdrukking volkomen. Ze had als het ware twee gezichten.

'Die man valt u lastig?' haakte ik in.
Ze knikte heftig. 'Al maanden. Op de meest onverwachte ogenblikken duikt hij voor me op. Ik kan het niet meer verdragen. Ik word er nerveus van. Als u hem eens...'

Hij was lang en tanig en had de huidkleur van iemand, die vele jaren in de tropen heeft doorgebracht.
Hij keek me geamuseerd aan. 'Wat heeft u op het hart?'
'Er is een vrouwtje bij me geweest,' begon ik. 'Ze heeft zich over u beklaagd.'
Hij glimlachte. 'Ik weet welk vrouwtje u bedoelt. Het is jammer. Ze interesseert me.' Hij bracht de handen naar voren tot de vingertoppen tegen elkaar rustten.
'U moet mij niet misverstaan,' ging hij verder. 'Het is niet de interesse die mannen gewoonlijk in vrouwen hebben. Ik bedoel niet die interesse, die uiteindelijk de mensheid in stand houdt.'
Omdat ik me niet zo snel een andere interesse in de man-vrouwverhouding kon voorstellen, vroeg ik: 'Wat wilt u van haar?'

Hij glimlachte opnieuw. 'Ik verzamel mensen. Het is mijn hobby. Vroeger verzamelde ik vlinders. Ik prikte spelden door hun lijf en bewaarde ze onder glas.' Hij zuchtte. 'Met mensen kun je dat niet doen.' Hij keek me aan. 'Ik denk, dat u bezwaren zou maken.'
Ik knikte nadrukkelijk.
'Mensen zijn bijzonder interessant,' ging hij verder. 'Interessanter dan vlinders. Daarom heb ik de vlinders weggedaan.'
'Wat trekt u zo in mensen aan?' vroeg ik.
'Hun gezicht. Het moet u als rechercheur toch ook zijn opgevallen hoe groot hun verscheidenheid is. Verbazingwekkend. En al die verschillen worden in feite alleen veroorzaakt door de afwijkingen. Ieder mens heeft twee ogen, een neus en een mond. Men zou dus verwachten dat al die gezichten bijna het zelfde zijn. Maar kijk om u heen. De variatie is oneindig.'
Hij stond op, liep naar een kast en kwam terug met een grote doos. Hij opende deze en duwde me een stapel foto's in de hand. Het waren allemaal gezichten. Portretten en face. Of eigenlijk waren het geen portretten. Het waren foto's, waarop alleen de ogen, de neus en de mond te zien waren. Meer niet. Over al die foto's waren met potlood twee strepen getrokken in de vorm van een kruis.
'Prachtig, vindt u niet?'
Ik knikte. De verzameling was indrukwekkend. Alleen al de verscheidenheid van monden leek me een studie waard.
'Hoe komt u aan al die foto's?' vroeg ik.
'Die maak ik zelf,' riep hij enthousiast. 'Ik ga gewoon op jacht. Het zou u verbazen hoeveel plezier ik eraan beleef. Soms zit ik uren met mijn toestel schietklaar op een terrasje en kijk naar mensen.'
'Zoals naar dat vrouwtje,' onderbrak ik hem.
'Ja,' zei hij peinzend, 'dat gezicht. Hebt u haar ogen gezien?'
Ik knikte. 'Haar ogen staan een beetje vreemd.'

'Juist. Dat is het. Ongelooflijk mooi.'
Ik gaf hem de foto's terug. 'Toch hoop ik dat u haar met rust laat.'
Hij maakte een berustend gebaartje. 'Jammer... ze zou zo mooi in mijn verzameling hebben gepast.'

 

A.C. Baantjer

 

Archief verhaal van de week