|
Uit: |
Rechercheur Baantjer Bureau Warmoesstraat
deel 1 |
|
Uitgegeven door De Fontein -
Baarn - verschenen 1993 |
|
Amsterdam internationaal
Gisteren streek een brede man op de stoel
naast mijn bureau neer. Hij had een volle zwarte baard, een lange smalle neus en
een paar grote bruine ogen, die in wisselende verwondering vriendelijk onnozel
rondblikten.
'Ik ben Israëli,' zei hij met nauwelijks verholen trots. 'Ik ben in Charkow in
Rusland geboren. Mijn moeder is een Poolse.' Hij sprak Engels met een vreemd
accent.
'Waar komt u voor?' vroeg ik zakelijk.
'Ze hebben mijn Amerikaanse travellercheques gestolen. Zakkenrollers, denk ik.'
Ik knikte en nam plichtsgetrouw een aangifte op. Toen ik klaar was, gaf ik hem
een afschrift. 'Ik zal zien wat ik voor u doen kan,' zei ik tot afscheid.
Breed zwaaiend liep hij de kamer uit.
Nog geen uur later meldde zich een blonde Duitser. Hij was in gezelschap van een
jonge Fransman. Beiden strekten een beschuldigende vinger naar een jeugdige
Italiaan, die hun voor een spotprijsje travellercheques van The American Express
Co. had aangeboden.
Ik bestelde een Italiaanse tolk, bedankte de Duitser en de Fransman voor hun
oplettendheid, stopte de Italiaan voorlopig in de cel en belde de Israëli dat
hij zijn cheques bij mij kon afhalen.
Hij was er in een kwartier, met in zijn kielzog een lange Noor op blote voeten
in sandalen. 'Mijn vriend,' verduidelijkte hij, 'sinds vanmiddag. Heb ik in het
hotel ontmoet.'
Ik overhandigde hem de cheques, gaf hem de raad er beter op te passen en wuifde
hen de kamer uit.
Anderhalf uur later streek hij opnieuw bij mij neer. 'Ik ben mijn cheques weer
kwijt,' zei hij spijtig. 'Ik denk dat die Noor ze heeft. Hij was plotseling
verdwenen.'
Ik zuchtte omstandig, nam opnieuw een aangifte op en verwees de Israëli naar The
American Express Co. voor vervangende cheques.
'Kunt u het misschien wat bespoedigen?' vroeg hij onderdanig. 'Ik reis morgen
door naar België.'
Om van hem verlost te zijn, pakte ik de telefoon, belde een relatie bij The
American Express en drong aan op een snelle behandeling van de 'refund'.
Tweeëneenhalf uur later was hij er weer, nu in gezelschap van een wat
verwaarloosde Joegoslaviër. Hij wenkte opzij en grinnikte. 'Ook in Charkow
geboren,' legde hij uit. 'Ik trof hem bij toeval op de Dam. Daar zat hij bij het
monument.'
'En?' vroeg ik niet-begrijpend.
'Hij is mijn getuige.'
'Getuige?' vroeg ik. 'Waarvoor?'
'Mijn cheques. Ze zijn gestolen.'
'Weer?' riep ik verbaasd.
Hij knikte bedroefd en wees naar een duidelijk verslaafde jongeman, die met een
wazige blik verdoofd tegen de deurstijl leunde. 'Een uitgeweken Portugees.'
Toen sloot ik mijn ogen en vloekte... vijf minuten lang... hartgrondig... in het
Hooghaarlemmerdijks.
A.C. Baantjer
Archief
verhaal van de week
|