|
Uit: |
Rechercheur Baantjer Bureau Warmoesstraat
deel 1 |
|
Uitgegeven door De Fontein -
Baarn - verschenen 1993 |
|
Wraak
Ze brachten hem 's morgens binnen: een
klein, triest mannetje in een veel te wijd pak. Ze hadden hem niet geboeid en
hielden hem ook niet vast. Met gebogen hoofd sukkelde hij losjes voort tussen
twee potige dienders.
'Wat is er met hem?' vroeg ik.
'Hij is op het Damrak op een wildvreemde vrouw toegesprongen en heeft stekende
bewegingen naar haar gemaakt. '
'Zomaar?'
De agent trok zijn schouders op. 'Waar wil je hem hebben?'
'Zet hem maar in het verhoorkamertje.'
De andere agent gaf mij het mes. Het was een raar model. Van oorsprong een
tafelmes, maar een ongeoefende hand had er met een ongeschikte steen een punt
aan geslepen, waardoor het in de verte enigszins op een dolk leek. Het was
duidelijk een produkt van huisvlijt.
Het was een vreemd mannetje; daar waren we het allen over eens. We waren ook om
beurten even naar hem gaan kijken.
Zo vreemd was hij.
Om zijn doorweekte kleren wat te laten drogen, hadden we hem in de hoek op een
stoel bij de verwarming gezet. Ik schoof een stoel bij en ging er omgekeerd op
zitten. Het mes hield ik in mijn hand. 'Is dit van u?' Hij keek even op en
knikte. 'U hebt daarmee een vrouw bedreigd?'
'Ik heb haar willen steken.'
'Waarom?'
'Ze deed mij denken aan mijn eigen vrouw.'
'U bent gehuwd?'
'Geweest. Ik ben gescheiden. Mijn kinderen zijn bij haar. Alledrie.'
Hij tastte in zijn zak en stak met beverige hand een verfrommeld sigaretje op.
'Ik had een fabriekje. Op de gracht. Verpakkingsmateriaal. Het liep goed. Ik
werkte ook bijna dag en nacht. Voor haar, begrijpt u. En voor de kinderen. Omdat
ik zo hard werkte, had ik niet veel tijd voor ze. Hoe gaat het... je bent er met
hart en ziel bij. Je wil vooruit. Ik heb toen ook een huis gekocht.'
Hij liet zijn hoofd weer zakken. 'Op een dag zei ze, dat ze het al een poosje
met een ander hield en dat ze wilde scheiden. Ik was er kapot van. Ik wilde het
ook niet geloven. Maar op een dag stelde ze hem aan mij voor. Ik zei: "Meid, als
je denkt dat je met hem gelukkiger wordt. . . moet je het doen."'
Hij keek naar mij op. 'Je weet op zo'n moment niet wat je zegt. In één klap was
ik alles kwijt, mijn vrouw, mijn drie kinderen, mijn huis. Ik kon het gewoon
niet vatten. Ik zwierf verdwaasd rond. Ik ben toen aan de drank geraakt en
binnen een jaar was er ook van mijn fabriekje niets meer over.'
'En dat alles door je vrouw?'
Hij knikte langzaam. 'Als je alles overdenkt, kom je in opstand... wil je je
wreken.'
Ik knikte begrijpend. 'Maar waarom viel je dan die vreemde vrouw aan?'
Hij keek mij verwonderd aan. 'Zo iets doe je toch niet bij de moeder van je
eigen kinderen.'
A.C. Baantjer
Archief
verhaal van de week
|