Best bekeken in 1024x768

Verhaal van de week - nr. 80

 

Uit:  Rechercheur Baantjer Bureau Warmoesstraat deel 1
Uitgegeven door De Fontein - Baarn - verschenen 1993

 

Anneke

 

Ze was mooi, bijzonder mooi, veel te mooi voor het schrale interieur van de recherchekamer. Ze schreed op lange benen naar mij toe en gleed sierlijk op de stoel naast mijn bureau.
'Ik,' zei ze zacht, 'ik ben Anneke.'
'Dag,' reageerde ik wat benepen, want je weet als rechercheur nooit wat er op zo'n mededeling gaat volgen.
Ze legde haar beide handen op mijn bureau en boog zich iets naar mij toe. Haar laag uitgesneden blouse opende zoveel intimiteit, dat ik ter wille van de gemoedsrust mijn blik wat liet wegdwalen.
'Er wordt bij mij ingebroken,' fluisterde ze. Ik beluisterde in haar stem zoveel vreugde en blijheid, dat ik verrast naar haar opkeek.
'Wanneer?'
Ze maakte een vaag gebaartje. 'Dat weet ik niet zo precies. Misschien wel elke nacht.'
'Elke nacht?' riep ik verbaasd.
Ze knikte heftig. 'Zeker wel.'
'En wat wordt er dan gestolen?'
'Niets.'
Ze zag de twijfels op mijn gezicht.
'Nee, echt niet. Ik ga elke dag alles na. Ik ben nooit iets kwijt.'
'Zijn er sporen van braak?'
Ze schudde haar hoofd.
'De deur is altijd gewoon op slot en ik heb pennen op de ramen.'
Ik keek haar ontzettend onderzoekend aan. 'Hoe weet u dan dat er wordt ingebroken?'
Ze richtte haar hoofd op en staarde langs mij heen. Voor het eerst ontdekte ik iets wazigs in haar blik. 'Als ik 's nachts wakker word, is er steeds een vreemde man in mijn kamer. Ik ben dan erg bang. Uit angst blijf ik doodstil liggen, durf mij niet te verroeren. Meest staat hij aan het voeteneinde van mijn bed en kijkt naar me.'
'Meer niet?'
Ze sloot beide ogen als wilde ze het beeld verdringen.
'Hij komt nooit dichter naar mij toe. Hij staat daar alleen maar en kijkt.'
'Hoe ziet hij er uit?'
Ze aarzelde, een zoete glimlach gleed over haar mooie gezicht. 'Knap, groot, lang met zwart golvend haar en bruine ogen.'
Omdat een lang rechercheleven mij heeft geleerd dat vrijwel alles mogelijk is, ging ik met haar mee. Ze woonde alleen op een tweede etage in een huis aan de gracht. Haar woning was zo zwaar met sloten en grendels gebarricadeerd, dat zelfs geen muis zou kunnen binnendringen.
Toen ik na mijn onderzoek bij haar wegging, zei ze: 'Komt hij vannacht weer?'

Ik knikte haar vriendelijk toe. 'Vast,' zei ik overtuigend. 'Ik zou alleen niet meer bang voor hem zijn.'

 

A.C. Baantjer

 

Archief verhaal van de week