|
Uit: |
Rechercheur Baantjer Bureau Warmoesstraat
deel 1 |
|
Uitgegeven door De Fontein -
Baarn - verschenen 1993 |
|
Colbertje Hij was
groot, breed en krachtig. Onder stug, stoppelig haar stak een bijna
vierkant gezicht met een platte neus en hoekige kin. Over zijn
enorme schouders slobberde een ruime trui met een blokkige 'S' op de
borst. Hij tikte erop met zijn middelvinger. 'Ik ben Simon,' bromde
hij hees. 'Simon van de Vries. Kan ik hier iets opgeven?'
'Dat kan,' antwoordde ik minzaam en wees naar de
stoel naast mijn bureau.
Hij nam uitgebreid plaats, schoof zijn dikke vingers in elkaar en
leunde wat voorover. 'Ik ben mijn colbertje kwijt en daarin zat mijn
portefeuille.'
'En wat zat er in de portefeuille?'
'Een honderdje of drie, vier. En dan verder al mijn papieren. Een
foto van mijn moeder.'
'In een bar... een dancing?'
Hij keek mij niet-begrijpend aan. 'U bedoelt?'
'Bent u het colbertje in een bar kwijtgeraakt... of in een dancing?'
Hij schudde zijn hoofd. 'Op straat.'
Ik keek hem verrast aan. 'Op straat?' herhaalde ik verbaasd, want
daar raakt men in de regel geen colbertje kwijt.
Hij knikte. 'Op het Damrak. In heb het aan iemand gegeven. .. om
erop te passen.'
'Als u mij eens precies vertelde wat er is gebeurd,' stelde ik voor.
Hij trok zijn dikke vingers uit elkaar en gebaarde. 'Ik ben geen
vechter. Niet op straat. Maar ik ga het niet uit de weg... als u
begrijpt wat ik bedoel. Ze moeten mij niet uitdagen.'
'En dat deden ze?'
'Ja. Het was een duidelijk opzetje. Ze kwamen met z'n tweeën op mij
af. Twee binkies, knapen van een jaar of
tweeëntwintig, vijfentwintig. Schoffies. Eén van die twee liep
expres tegen mij op en begon mij uit te dagen... schold mij uit voor
rotte vis. Snuivend deed hij zijn jasje uit, gaf het aan zijn maat
en nam een bokshouding tegen mij aan.'
Ik grijnsde breed. 'En dat was voor u aanleiding om ook maar uw
jasje uit te doen?'
Hij knikte traag. 'Zijn maat nam het van mij aan. Ik zou net mijn
eerste dreun uitdelen, toen die boef er met mijn colbertje vandoor
ging... als een schicht. Ik ben nog achter hem aan gegaan, maar het
was onbegonnen werk. Op de Nieuwendijk raakte ik hem kwijt.'
'En toen u op het Damrak terugkwam, was ook de andere verdwenen?'
Hij knikte opnieuw, wreef zich peinzend in de nek. 'Weet u waarom
het zo stom is?'
'Nou?'
'Het was helemaal niet nodig. Ik had hem ook met colbertje aan
makkelijk kunnen hebben.'
A.C. Baantjer
Archief
verhaal van de week
|