|
Uit: |
Rechercheur Baantjer Bureau Warmoesstraat
deel 1 |
|
Uitgegeven door De Fontein -
Baarn - verschenen 1993 |
|
Pedagoog
Hij was lang, groot en jong. Zijn enorme
voeten staken in sandalen en zijn gezicht ging bijna geheel schuil
achter een wild uitbottende baard. 'Ik ben pedagoog,' zei hij met
een zachte stem.
'Pedagoog?' herhaalde ik vragend.
Hij knikte ernstig. 'In de Jordaan. Ik werk met moeilijk opvoedbare
jongeren.'
'Wat komt u doen?'
Hij keek wat schichtig om zich heen. 'Aangifte,' zei hij. 'Aangifte
van diefstal... met braak.'
'Waar?'
'In het gebouw waar ik werk.'
'Wat is er gestolen?'
'Repen... chocolade en gevulde koeken.'
Ik glimlachte. 'Het zullen dan wel jeugdige diefjes zijn geweest.'
Hij verschoof iets op zijn stoel. 'Ja, ja. Ik weet ook wie het zijn.
Ik heb ze zelf betrapt in een kast. Zaterdags is ons gebouw
gesloten, maar ik had iets vergeten. Toen ik binnenkwam hoorde ik
boven op de eerste verdieping gestommel. We hebben daar een soort
kantine, waar frisdranken, chocolade en gevulde koeken worden
verkocht. Er stonden een paar half leeggedronken flesjes. Toen ze
mij hoorden, moeten ze haastig uit de kantine zijn gevlucht.'
'U ging op zoek?'
'Ja. Ik was ervan overtuigd dat ze nog in het gebouw waren, dat ze
zich ergens hadden verstopt. Ik vond ze in een grote
schoonmaakkast... vier jonge knapen van dertien, veertien jaar.'
'En waar zijn ze?' Hij gebaarde. 'Weg. Ik heb ze laten gaan. Ik
wilde aanvankelijk ook geen aangifte doen, maar onze kantine wordt
de laatste tijd zo vaak geplunderd...' Hij maakte zijn zin niet af,
zocht in de zakken van zijn jack. 'Ik heb wel hun namen. Die heb ik
opgeschreven voor ik hen liet gaan.'
Ik pakte een stuk papier en zette het in de machine.
'Het is feitelijk een zaak voor de kinderpolitie, maar ik geef het
wel aan hen door. Hoe zijn de namen?'
Hij schraapte zijn keel. 'Petertje Goudsbloem, Jopie Anjelier,
Jantje Palm en Kareltje Driehoek.'
Ik keek lachend naar hem op. 'Hebben de jongens u die namen
gegeven?' vroeg ik ongelovig.
Hij knikte bedeesd. 'Hier kijkt u maar. Ik heb ze op dit briefje
geschreven.'
Ik nam het briefje van hem over. In een keurig blokschrift stond:
Petertje Goudsbloem, Jopie Anjelier, Jantje Palm,
Kareltje Driehoek.'
'Mag ik dit als bewijsstuk?' vroeg ik lachend.
'Natuurlijk,' zei hij wat onzeker.
Ik trok de schrijfmachine naar mij toe en zette voortdurend
grinnikend zijn verklaring op papier. Toen hij na ondertekening
wegging, begreep hij nog niet, waarom ik zo'n schik had.
A.C. Baantjer
Archief
verhaal van de week
|