Best bekeken in 1024x768

Verhaal van de week - nr. 69

 

Uit:  Rechercheur Baantjer Bureau Warmoesstraat deel 2
Uitgegeven door De Fontein - Baarn - verschenen 1993

 

Angstkreet

 

Dit is geen beroep voor wankelmoedigen. En de zachtmoedigen gaan teloor. Alleen de gelijkmoedigen maken een kans om uiteindelijk hun begeerde pensioen te halen. Het is niet te verhelpen. Het is ingebakken. Reeds na een paar jaar dienst heeft de politieman zoveel deuken in zijn ziel, dat geen ketellapper ter wereld er nog iets mee kan doen. Daarom is het vaak aandoenlijk om te zien hoe al die verkreukelde zielen toch steeds weer proberen er het beste van te maken, wat de goegemeente er ook van zegt.
Van de week kregen we een alarmerend telefoontje uit een stadje in de kop van Noord-Holland. Een man vertelde paniekerig dat er beslist iets met zijn vriend was gebeurd. Hij voerde met hem een telefoongesprek over een vakantie, die ze gezamenlijk zouden doorbrengen.

Plotseling slaakte de vriend door de telefoon een angstkreet ... en daarna niets meer. Hij had een tijdje geluisterd, hoorde aan de andere kant van de lijn alleen maar liet likken van een klok. De man was de wanhoop nabij. De vriend woonde niet ver van de binnenstad in Amsterdam en wat daar allemaal gebeurde, wei, dat stond dagelijks in de kranten.
Mijn collega en ik omgordden hel pistool, sprongen in ons Volkswagentje en reden met gillende sirene naar het opgegeven adres. Hei bleek een flatgebouw van zeker tien verdiepingen. Toen we naar de lift renden, bleek deze defect. In vertwijfeling zijn we vervolgens de betonnen trappen opgestormd.
Bij de vijfde verdieping waren we al een hartaanval nabij, maar omdat een mensenleven op het spel stond, stormden we moedig verder.

Op de negende verdieping draafden we over de gaanderij. We wilden aanvankelijk direct onze schouders tegen de deur zetten, maar ik belde eerst. Voor alle zekerheid. Tot onze verbazing ging de deur vrijwel onmiddellijk open. In de deuropening stond een man, die ons wat verward aanstaarde.

Ik wiste het zweet van mijn gezicht. 'Uw vriend... uit Alkmaar.' hijgde ik, 'hij hoorde u gillen door de telefoon... en daarna niets meer.'
De man lachte. 'Mijn soep kookte over.'
'Soep?' bracht ik er met moeite uit.
De man knikte. 'De soep, ja. Ik was met mijn vriend aan het bellen, toen ik plotseling hoorde dat mijn soep overkookte. Ik gaf een gilletje en rende naar de keuken.'
Ik kneep mijn ogen even dicht.
'De hoorn liet u hangen?'
Hij knikte opnieuw. 'Nadat ik de boel wat had opgeruimd en terugging naar de telefoon, was de verbinding verbroken.'
Het duurde ruim vijf minuten voor we onze ademhaling weer wat op peil hadden. Daarna hebben we zeker tien minuten hartgrondig staan vloeken tegen een man, die het allemaal toch erg amusant vond.

 

A.C. Baantjer

 

Archief verhaal van de week