|
Uit: |
Rechercheur Baantjer Bureau Warmoesstraat
deel 2 |
|
Uitgegeven door De Fontein -
Baarn - verschenen 1993 |
|
Angstkreet
Dit is geen beroep voor wankelmoedigen. En de
zachtmoedigen gaan teloor. Alleen de gelijkmoedigen maken een kans
om uiteindelijk hun begeerde pensioen te halen. Het is niet te
verhelpen. Het is ingebakken. Reeds na een paar jaar dienst heeft de
politieman zoveel deuken in zijn ziel, dat geen ketellapper ter
wereld er nog iets mee kan doen. Daarom is het vaak aandoenlijk om
te zien hoe al die verkreukelde zielen toch steeds weer proberen er
het beste van te maken, wat de goegemeente er ook van zegt.
Van de week kregen we een alarmerend telefoontje uit een stadje in
de kop van Noord-Holland. Een man vertelde paniekerig dat er beslist
iets met zijn vriend was gebeurd. Hij voerde met hem een
telefoongesprek over een vakantie, die ze gezamenlijk zouden
doorbrengen.
Plotseling slaakte de vriend
door de telefoon een angstkreet ... en daarna niets meer. Hij had
een tijdje geluisterd, hoorde aan de andere kant van de lijn alleen
maar liet likken van een klok. De man was de wanhoop nabij. De
vriend woonde niet ver van de binnenstad in Amsterdam en wat daar
allemaal gebeurde, wei, dat stond dagelijks in de kranten.
Mijn collega en ik omgordden hel pistool, sprongen in ons
Volkswagentje en reden met gillende sirene naar het opgegeven adres.
Hei bleek een flatgebouw van zeker tien verdiepingen. Toen we naar
de lift renden, bleek deze defect. In vertwijfeling zijn we
vervolgens de betonnen trappen opgestormd.
Bij de vijfde verdieping waren we al een hartaanval nabij, maar
omdat een mensenleven op het spel stond, stormden we moedig verder.
Op de negende verdieping
draafden we over de gaanderij. We wilden aanvankelijk direct onze
schouders tegen de deur zetten, maar ik belde eerst. Voor alle
zekerheid. Tot onze verbazing ging de deur vrijwel onmiddellijk
open. In de deuropening stond een man, die ons wat verward
aanstaarde.
Ik wiste het zweet van mijn
gezicht. 'Uw vriend... uit Alkmaar.' hijgde ik, 'hij hoorde u gillen
door de telefoon... en daarna niets meer.'
De man lachte. 'Mijn soep kookte over.'
'Soep?' bracht ik er met moeite uit.
De man knikte. 'De soep, ja. Ik was met mijn vriend aan het bellen,
toen ik plotseling hoorde dat mijn soep overkookte. Ik gaf een
gilletje en rende naar de keuken.'
Ik kneep mijn ogen even dicht.
'De hoorn liet u hangen?'
Hij knikte opnieuw. 'Nadat ik de boel wat had opgeruimd en terugging
naar de telefoon, was de verbinding verbroken.'
Het duurde ruim vijf minuten voor we onze ademhaling weer wat op
peil hadden. Daarna hebben we zeker tien minuten hartgrondig staan
vloeken tegen een man, die het allemaal toch erg amusant vond.
A.C. Baantjer
Archief
verhaal van de week
|