|
Uit: |
Rechercheur Baantjer Bureau Warmoesstraat
deel 2 |
|
Uitgegeven door De Fontein -
Baarn - verschenen 1993 |
|
Een verhoor
Twee potige dienders brachten haar binnen: een
zwaargebouwde vrouw met het hoofd in verband. Ik schatte haar op een
eind in de dertig. Ze was slonzig, bijna vies gekleed in een zwarte
kreukelige rok en blouse en beige-gele afzakkende kousen.
Ik keek vragend naar de
agenten. Een van hen legde een proces-verbaal voor me neer en de
andere wees naar het verband om haar hoofd.
'We zijn even met haar naar
het Binnengasthuis geweest. De verwonding valt erg mee. Een paar
krammetjes. Die vent had haar met een steen op het hoofd geslagen.'
'Welke vent?'
De agent gebaarde. 'Die vent
uit het proces-verbaal.'
'Ze komt dus aangifte doen van
mishandeling?' reageerde ik.
De agent schudde het hoofd.
'Zij is verdachte. Zij heeft de zelfde vent met een mes gestoken.
Nogal pittig. Met steekwonden in de borst en armen is hij in het
ziekenhuis opgenomen. Het staat allemaal in het proces-verbaal.'
De agenten vertrokken en ik
begon het proces-verbaal te lezen.
Het was een feitelijk verslag
van de gebeurtenissen, maar over het hoe en waarom werd met geen
woord gerept.
Ik keek de vrouw aan. 'Bent u
weleens met de politie in aanraking geweest?' opende ik.
Ze blikte wat wazig omhoog.
'Nee, en dat wil ik ook niet.'
Ik kuchte indrukwekkend. 'U
bent verdachte. Ik ga u verhoren en op mij rust de verplichting u te
zeggen dat u niet tot antwoorden verplicht bent.'
'Waarom niet?'
'Om... eh, omdat de wetgever
meent dat u het recht moet hebben om te zwijgen.'
Ze knikte wel, maar ik had het
gevoel dat ze me toch niet begreep.
'Waarom hebt u die man
gestoken?' vroeg ik vriendelijk.
'Omdat hij iets van me wilde.'
'Wat?'
Ze keek me vernietigend aan.
'Ben jij een kerel?' riep ze fel. 'Wat willen mannen nu van een
vrouw?'
Omdat ik in de loop der jaren
een fikse buffelhuid heb ontwikkeld, ging ik onverstoorbaar verder.
'De man deed u oneerbare voorstellen?'
'Wat zijn dat?'
Ik glimlachte beleefd. 'Hij
wilde met u naar bed?'
Haar blik verhelderde. 'Zie je
wel dat je het weet. Waarom zeg je dan van die gekke dingen?'
Hoewel ze diep op mijn
ambtelijke ziel had getrapt, liet ik dit niet blijken. 'U stak de
man dus,' concludeerde ik geduldig, 'omdat hij met u naar bed
wilde.'
Ze schudde resoluut het hoofd.
'Nee, dat had ik misschien nog wel leuk gevonden.'
Ik spreidde beide armen in
vertwijfeling. 'Waarom stak u hem dan?'
Ze gebaarde heftig. 'Waarom?'
Haar bruine ogen schoten vuur. 'Omdat die vent me ervoor wilde
betalen. Wat denkt die vrijer wel. Ik ben geen hoer.'
Ik besloot het moeizame
verhoor voorlopig te staken en pakte de telefoon. 'Ik zal even een
advocaat voor u bestellen,' verduidelijkte ik. 'Ook daar hebt u
recht op.'
Er kwam een vriendelijke blik
in haar ogen. 'Geen advocaat. Mag het een pilsje wezen?'
A.C. Baantjer
Archief
verhaal van de week
|