Best bekeken in 1024x768

Verhaal van de week - nr. 66

 

Uit:  Rechercheur Baantjer Bureau Warmoesstraat deel 2
Uitgegeven door De Fontein - Baarn - verschenen 1993

 

Bitterkoekjespudding

 

Ze wilde er geen zaak van maken. Dat niet. Ze wilde alleen aandacht en begrip. Ze had eerst niet naar de politie willen gaan, 'dat-is-toch-wel-het-laatste-dat-je-doet', maar de toestand was voor haar ondraaglijk geworden. Nee, er moest geen echte zaak van komen met het gerecht en zo, maar gewoon een beetje hulp van de recherche. En dat kon toch?

Ik knikte aarzelend en keek haar aan. Ze was nog jong. Ik schatte haar op vijfentwintig. Ze had een beeldig figuurtje. De strakke broek en blouse, die ze droeg, verhulden dit niet. Dat was ook duidelijk niet haar bedoeling. Ze was zich van haar charmes wel bewust. Ik kan niet zeggen, dat ze bepaald knap was. Dat niet. Maar haar verschijning had iets opwindends, iets fascinerends, iets dat mij ertoe dwong bijna onafgebroken naar haar te kijken.

Ze was er blijkbaar aan gewend dat mannen haar onophoudelijk aanstaarden, want ze toonde geen enkele blijk van afkeuring, hoewel ik zelf voelde dat mijn manier van observeren voor haar bepaald hinderlijk moest zijn.

'Ja,' begon ze, 'het is misschien vreemd om u ermee lastig te vallen, maar ik word achtervolgd door een man.'

'Een aanbidder?' vroeg ik.

Ze schudde het blonde hoofd. 'Dat geloof ik niet. Hij heeft nog nooit wat tegen me gezegd. Zo ongeveer drie maanden geleden zat ik op een terrasje aan het Damrak. Een paar tafeltjes verderop zat een man. Voor in de vijftig, schat ik. Hij zag er keurig uit. Echt verzorgd. Nu ben ik er wel aan gewend dat mannen naar me kijken, maar de manier waarop die man mij aanstaarde was gewoon beschamend. Ik verschoof mijn stoel een beetje, zodat hij me niet langer kon aankijken. Het gaf niet. Hij stond op en ging tegenover me zitten. Sindsdien achtervolgt hij me bijna iedere dag. Ik houd dat niet meer uit. Vandaag is hij er weer. Ik wed dat hij nu buiten voor het bureau op me staat te wachten.'

We liepen naar het raam en ze wees naar een heer, die bij de Heintje Hoeksteeg stond. Ik ging naar buiten, sprak hem aan en bracht hem naar een kamertje voor verhoor.

'Op wie wachtte u?' opende ik.

Hij glimlachte opgewekt. 'Op dat jonge ding, dat hier naar binnen is gegaan.'

'Familie?' informeerde ik voorzichtig.

'Nee, niets. Ze is mijn bitterkoekjespudding.'

'Wat?'

Hij lachte om mijn reactie. 'Vroeger maakte mijn vrouw altijd bitterkoekjespudding voor me. Bitterkoekjes weken in rum en dan in een puddinkje van gries. Ik ben er verzot op.'

Hij gebaarde achteloos. 'Een paar jaar geleden is ze ermee opgehouden. We zijn toen ook wat uit elkaar gegroeid. Het vlotte allemaal niet zo best meer.'

Er kwam een glinstering in zijn ogen. 'Tot ik op het terrasje dat jonge ding zag.'

Hij maakte tut-geluidjes. 'Wat een beeld. Ze inspireert me. Wanneer ik met mijn eigen vrouw samen ben, knijp ik af en toe mijn ogen stijf dicht en denk aan haar. Het helpt.'

Hij keek naar me op. 'Ik wil niets van die meid zelf, hoor. Ik wil haar alleen maar zien... zo nu en dan. Een klein opkikkertje. Begrijpt u, dan kan ik er weer even tegen.'

Ik schudde het hoofd. 'Ze wil niet dat u haar nog langer achtervolgt.'

Hij beet op zijn onderlip. Zijn gezicht betrok. 'Dat is spijtig. Ziet u... mijn vrouw... ze maakt alweer bitterkoekjespudding.'

 

A.C. Baantjer

 

Archief verhaal van de week