|
Uit: |
Rechercheur Baantjer Bureau Warmoesstraat
deel 1 |
|
Uitgegeven door De Fontein -
Baarn - verschenen 1993 |
|
Gehaktbal
Rechercheurs zijn meest eigengereide lieden. Ik weet dat ik met deze
uitspraak bij mijn geachte collega's een stroom van kritiek losweek.
Toch zeg ik het zonder enig voorbehoud. .. ze zijn eigengereid.
Men kan erover twisten of die eigengereidheid een
positieve eigenschap voor een politieman is. Ik meen van wel. Op
zijn ontvankelijke ziel groeit op den duur een laagje eelt. Wanneer
men dagelijks optrekt met verdachten, die tegen stromen van bewijzen
in toch gloedvol van hun absolute onschuld getuigen, is dat
onvermijdelijk. Het vasthouden aan eigen inzicht is dan vaak de
enige mogelijkheid om achter de waarheid te komen.
Die eigenzinnigheid van rechercheurs is soms een
wanhoop voor mensen die ambtshalve met hen te maken hebben. Een van
hen is onze politiedeskundige drs. Eskes, een puur middeleeuws
alchimist, maar op het gebied van de moderne opsporingstechniek
bijna alwetend. Hij is ook een expert in vergiften.
Vorige week werd een van mijn eigengereide collega's geroepen bij de
dood van een jonge vrouw. Ze woonde alleen en werd door een vriend,
die toevallig even aanwipte, zieltogend aangetroffen. Toen een
haastig ontboden huisarts verscheen, kon hij slechts de dood
constateren.
Niemand sterft zonder oorzaak. Het feit dat de jonge vrouw zich
nooit over lichamelijke ongemakken had uitgesproken, maakte haar
dood wel verdacht. Uiterlijk waren er geen verwondingen. Mijn
collega dacht aan vergif.
Op de aanrecht in het keukentje lag een leeg kokertje van een pittig
slaapmiddel. In de kamer op de tafel stond een bord met een
aangebeten gehaktbal.
Op zijn verzoek verscheen drs. Eskes. Hij gaf als zijn visie,dat de
jonge vrouw aan een overdosis slaapmiddelen was overleden.
'En de gehaktbal?' vroeg mijn collega.
'Die heeft er niets mee te maken. Slaapmiddelen werken niet
onmiddellijk. De vrouw zal voor haar dood nog trek hebben gekregen
en heeft toen een gehaktbal uit de koelkast gepakt.'
'Maar ze heeft ervan gegeten.'
Drs. Eskes knikte geduldig. 'Inderdaad, maar toen deden de
slaapmiddelen hun giftige werking al.'
Mijn collega wees naar het bord. 'Die gehaktbal kan ook vergif
bevatten.'
Drs. Eskes zuchtte. 'Ik zeg je nog eens: die gehaktbal heeft met de
dood van de vrouw niets te maken.'
Mijn collega kneep zijn lippen op elkaar. 'Toch wil ik dat u hem
onderzoekt op vergif.'
De politiedeskundige aarzelde een moment. Toen greep hij de
gehaktbal van het bord en at hem op.
Mijn collega keek hem verbijsterd aan.
'Wat doet u?'
Drs. Eskes grijnsde met volle mond.
'Onderzoeken... als ik morgen dood ben, weetje dat het de
gehaktbal was.'
P.S. Drs. Eskes is nog steeds in blakende welstand.
A.C. Baantjer
Archief
verhaal van de week
|