|
Uit: |
Rechercheur Baantjer Bureau Warmoesstraat
deel 1 |
|
Uitgegeven door De Fontein -
Baarn - verschenen 1993 |
|
Griezeltjes Weet u wat 'pikgriezeltjes' zijn? Troost u, tot voor
kort wist ik het ook niet. Maar ze bestaan. Echt. Mijn collega Steven Visser
heeft ze uitgevonden. Hij heeft er het patent op.
Aan elk politiebureau verschijnen met enige regelmaat meest oude lieden, bij wie
op onverklaarbare wijze steeds geld en sieraden uit hun woninkje verdwijnen.
Waardevolle spulletjes worden door hen op de meest vreemde plaatsen weggestopt.
Bij het klimmen der jaren vervaagt vaak het geheugen. Na enige tijd weet men
niet meer waar men ze heeft geborgen. Ze raken zoek en de enig denkbare
verklaring is dan diefstal, met als gevolg een zenuwachtige gang naar de
recherche.
Het is zaak dergelijke aangiften van diefstal ernstig te nemen, omdat er altijd
de mogelijkheid bestaat dat de oudjes werkelijk zijn bestolen. Het komt gelukkig
weinig voor. Bij een grondige tocht door laden en kastjes komen de verdwenen
spullen meest weer boven water. De ervaring leert dat de oudjes na enige tijd
toch weer terugkomen met
dezelfde klachten.
Er is een lief oud dametje, dat minstens tweemaal in de maand bij mij komt. Ze
woont op een hofje met een twintigtal andere lieve oude dametjes, die zij echter
met argwaan beziet, want bij haar verdwijnen steeds kostbare kleinoden.
Hoe? Dat is een raadsel, want de ramen zijn steeds stevig vergrendeld en de deur
deugdelijk op slot. Ook binnen heeft ze veel grendels en sloten.
Ik weet al jaren dat er bij haar niets wordt gestolen, eenvoudig. omdat er niets
weg is. Ze deed eens aangifte van de diefstal van een zilveren broche, die zij
op dat zelfde moment op haar zwarte japon droeg.
Laatst was ze er weer en sprak over de geniepige roof van haar gouden collier,
antiek, want die had nog de hals van haar grootmoeder gesierd. En behalve het
collier was ze nog zoveel andere dingen kwijt.
Mijn collega Visser, die haar verhaal mede aanhoorde, kwam plotseling
tussenbeide.
'Dat doen de pikgriezeltjes,' zei hij.
Het dametje keek naar hem op.
'Pikgriezeltjes?'
Steven Visser knikte met een strak gezicht.
'Het zijn hele kleine griezelige mannetjes,' legde hij uit.
's Nachts tussen twaalf en twee gaan ze op roof. Geen slot is voor hen veilig.
Ze kruipen door naden en kieren en pikken alles wat ze te pakken kunnen
krijgen.'
'Echt?'
Visser knikte opnieuw.
'Soms hebben ze weleens berouw en dan brengen ze alles terug. Maar lang niet
altijd. Het zijn echt vervelende kleine kereltjes.'
Duidelijk tevredengesteld stond ze op en verliet de recherchekamer.
Van de week was ze er weer... met een fraai bijouteriedoosje. Ze zette het
voorzichtig op mijn bureau.
'Wat moet ik daar mee?' vroeg ik vriendelijk.
Ze wees van een afstand naar het doosje. Haar lief gezicht stond ernstig.
'Ik heb ze gevangen.'
'Wie?'
'De pikgriezeltjes. Ik hoop dat u ze nu eens goed onderhanden neemt.'
A.C. Baantjer
Archief
verhaal van de week
|