Best bekeken in 1024x768

Verhaal van de week - nr. 49

 

Uit:  Rechercheur Baantjer Bureau Warmoesstraat deel 3
Uitgegeven door De Fontein - Baarn - verschenen 1993

 

Krabcocktail

 

Er wordt aan het begrip kleptomanie - een ziekelijke drang tot stelen - mijns inziens een te grote waarde gehecht.
Ik ben in mijn lange loopbaan als rechercheur zeer weinig kleptomanen tegengekomen. Ik herinner mij een echte, al wat bejaarde baron uit het Gooi, bij wie ik tijdens een huiszoeking ruim driehonderd paar sokken vond, alle keurig geëtiketteerd met plaats, datum en exact tijdstip van diefstal. Hij had er zes jaar over gedaan, wat neerkomt op één paar sokken per week. Telkens op maandag, want dan moest hij toch voor beurszaken in Amsterdam zijn.
Dan was er een rijke makelaar in Amsterdam-Zuid, bij wie ik ruim tweehonderd bustehouders aantrof, in alle maten en schakeringen. Zij leken mij niet nieuw en dat verbaasde mij, omdat de makelaar, een verstokte vrijgezel, geheel alleen woonde, zonder een enkele vrouw in de buurt. Toen ik hem om opheldering vroeg, vertelde hij mij dat hij op verjaardagen en andere hoogtijdagen alle bustehouders eigenhandig waste en dan aan lijnen kriskras in zijn kamer te drogen hing. Volgens de makelaar een feestelijk gezicht.
Ook aan tijdelijke kleptomanie van zwangere vrouwen hecht ik weinig geloof, al moet ik toegeven dat ik daarvan wel enkele staaltjes heb meegemaakt. Van vrouwen die voor hun toekomstige baby letterlijk alles bij elkaar roofden, van veiligheidsspelden voor de luiers tot leerboeken voor een latere studie. Wanneer een zwangere vrouw een diefstal had gepleegd, schreven wij altijd aan het eind van ons proces-verbaal dat de vrouw tijdens het plegen van het delict in gezegende omstandigheden verkeerde, waarbij uiteraard de rechter bepaalde of hij er rekening mee wenste te houden.
Vorige week werd mij een vrouw gebracht die in een warenhuis tien vrij kostbare blikken krab had gestolen. Ik keek de vrouw eens aan. Zij leek mij eind dertig, wat tanig, maar niet onknap. 
'Waarom?' opende ik.
Zij maakte een vaag gebaartje. 'Ik werk en woon alleen.' 
Ik glimlachte. 'Er zijn tegenwoordig van die mooie kant-en-klaar maaltijden.'
Zij keek mij vernietigend aan. 'Eten,' sprak zij plechtig, 'is een sacraal gebeuren. Een maaltijd moet met devotie genuttigd worden.'
Zij ging er eens goed voor zitten. 'Wat doet men bij een geboorte? Men geeft familie en vrienden beschuit met muisjes en een zoete kandeel. Wat doet men bij een huwelijk? Men nodigt familie, vrienden en magen voor een maaltijd uit. Bij elk feest hoort een maaltijd. Zelfs aan het eind van ons leven, na de begrafenis, komt de familie tijdens een maaltijd bijeen. Gezamenlijk eten en drinken geeft een gevoel van eenheid, van lotsverbondenheid.' 
Ik luisterde aandachtig. 'Waarom krab?' hield ik vol. 
Zij zuchtte wat droef. 'Ik wil per se niet alleen eten. Dat kan ik ook niet. Ik kan evenmin iedere dag iemand uitnodigen. Dat laat mijn budget niet toe. Daarom eet ik eenmaal in de drie dagen. Dan maak ik er ook een feestmaal van.' 
'Met krab?'
Zij knikte mij vriendelijk toe. 'Krabcocktail... mijn specialiteit. Komt u morgen?'

 

A.C. Baantjer

 

Archief verhaal van de week