Best bekeken in 1024x768

Verhaal van de week - nr. 42

 

Uit:  Rechercheur Baantjer Bureau Warmoesstraat deel 7
Uitgegeven door De Fontein - Baarn - verschenen 1995

 

De afwas

 

In Amsterdam, in de omgeving waar ik als tiener opgroeide, woonde mooie Annetje. Ze genoot niet zo'n beste reputatie. De jongens uit de buurt zeiden van haar dat ze-er-wel-soep-van-lustte. Ik heb van die reputatie nooit gebruik gemaakt. Niet omdat ik zo braaf was, maar Annetje omringde zich meestal met lawaaierige bluffende jochies, die mijn sympathie niet hadden.
Heel veel later - ik was allang rechercheur - kwam ze op het bureau bij mij. Ze had wat moeilijkheden met haar oudste dochter Mientje, die hard op weg was de reputatie van haar moeder te evenaren. Of ik Mientje even onder handen wilde nemen. Ik deed dat, want we leefden toen in een tijd dat men aan een vermanende toespraak nog enige waarde hechtte.
Annetje en haar knappe dochter waren totaal uit mijn gedachten verdwenen, tot ik onlangs voor een etalage stond te kijken en er plotseling een jonge vrouw naast mij opdook. Ze keek mij van terzijde aan en vroeg: 'Kent u mij nog?'
Ik liet de bromtol van mijn herinnering even snorren.' 'Mientje,' riep ik toen verheugd. 
Hoewel ze er wat bedrukt uitzag, glimlachte ze om mijn kreet van herkenning. 
Hoe gaat het?'
Ze trok wat verveeld haar schouders op. 
'Getrouwd?' vroeg ik verder.
Ze knikte traag. 'Voor de tweede keer. Henk, mijn eerste man, is jong gestorven. Vrij plotseling. Ik heb nu Willem. Hij is ruim tien jaar jonger dan ik en erg hanig .. . moet ik zeggen.'
'Dat is toch prettig,' reageerde ik.
Ze trok een bedenkelijk gezicht en gebaarde afwerend.
'Het is mij weleens te veel. In bed ... eh, in bed doe ik het al niet meer. Dat is me te lastig. Vooral sinds Willem in de ww loopt. Zit je om elf uur aan de koffie, hop, wil Willem. Nou, en dan kun je opnieuw je bed opmaken. Dan om drie uur nog eens en om vijf uur weer.'
'Waar doe je het nu?' vroeg ik nieuwsgierig.
'In de keuken. Bij de afwas. Willem weet het precies. Als ik de vuile kopjes oppak, komt Willem al achter mij aan.'
Ik legde wat medelijdend mijn hand op haar schouder en voelde haar botten. En dat terwijl Mientje vroeger een goedgevulde meid was. 'Je mag weleens op jezelf passen,' raadde ik haar aan.
'Dat doe ik ook. Het gaat al een stuk beter. U had me een paar maanden geleden moeten zien ... vel over been.'
'Doe ... eh, doe je geen afwas meer?'
Ze knikte traag. 'Gewoon minder. Ik laat nu de kopjes met de aangekoekte suiker eenvoudig op tafel staan. Dan zegt Willem: "Mien, moet je niet afwassen?" Dan zeg ik: "Straks." Tot Willem ongeduldig wordt, de kopjes oppakt en die in de keuken gaat afwassen.'
Ik keek haar gespannen aan. 'En jij?'
Ze lachte ondeugend en ik herkende in haar weer iets van vroeger. 'Soms ga ik hem na ... om te helpen ... als ik zin heb.'

 

A.C. Baantjer

 

Archief verhaal van de week