|
Uit: |
Rechercheur Baantjer Bureau
Warmoesstraat deel 7 |
|
Uitgegeven door De Fontein -
Baarn - verschenen 1995 |
|
De afwas
In Amsterdam, in de omgeving waar ik als tiener
opgroeide, woonde mooie Annetje. Ze genoot niet zo'n beste
reputatie. De jongens uit de buurt zeiden van haar dat
ze-er-wel-soep-van-lustte. Ik heb van die reputatie nooit gebruik
gemaakt. Niet omdat ik zo braaf was, maar Annetje omringde zich
meestal met lawaaierige bluffende jochies, die mijn sympathie niet
hadden.
Heel veel later - ik was allang rechercheur - kwam ze op het bureau
bij mij. Ze had wat moeilijkheden met haar oudste dochter Mientje,
die hard op weg was de reputatie van haar moeder te evenaren. Of ik
Mientje even onder handen wilde nemen. Ik deed dat, want we leefden
toen in een tijd dat men aan een vermanende toespraak nog enige
waarde hechtte.
Annetje en haar knappe dochter waren totaal uit mijn gedachten
verdwenen, tot ik onlangs voor een etalage stond te kijken en er
plotseling een jonge vrouw naast mij opdook. Ze keek mij van
terzijde aan en vroeg: 'Kent u mij nog?'
Ik liet de bromtol van mijn herinnering even snorren.' 'Mientje,'
riep ik toen verheugd.
Hoewel ze er wat bedrukt uitzag, glimlachte ze om mijn kreet van
herkenning.
Hoe gaat het?'
Ze trok wat verveeld haar schouders op.
'Getrouwd?' vroeg ik verder.
Ze knikte traag. 'Voor de tweede keer. Henk, mijn eerste man, is
jong gestorven. Vrij plotseling. Ik heb nu Willem. Hij is ruim tien
jaar jonger dan ik en erg hanig .. . moet ik zeggen.'
'Dat is toch prettig,' reageerde ik.
Ze trok een bedenkelijk gezicht en gebaarde afwerend.
'Het is mij weleens te veel. In bed ... eh, in bed doe ik het al
niet meer. Dat is me te lastig. Vooral sinds Willem in de ww loopt.
Zit je om elf uur aan de koffie, hop, wil Willem. Nou, en dan kun je
opnieuw je bed opmaken. Dan om drie uur nog eens en om vijf uur
weer.'
'Waar doe je het nu?' vroeg ik nieuwsgierig.
'In de keuken. Bij de afwas. Willem weet het precies. Als ik de
vuile kopjes oppak, komt Willem al achter mij aan.'
Ik legde wat medelijdend mijn hand op haar schouder en voelde haar
botten. En dat terwijl Mientje vroeger een goedgevulde meid was. 'Je
mag weleens op jezelf passen,' raadde ik haar aan.
'Dat doe ik ook. Het gaat al een stuk beter. U had me een paar
maanden geleden moeten zien ... vel over been.'
'Doe ... eh, doe je geen afwas meer?'
Ze knikte traag. 'Gewoon minder. Ik laat nu de kopjes met de
aangekoekte suiker eenvoudig op tafel staan. Dan zegt Willem: "Mien,
moet je niet afwassen?" Dan zeg ik: "Straks." Tot Willem ongeduldig
wordt, de kopjes oppakt en die in de keuken gaat afwassen.'
Ik keek haar gespannen aan. 'En jij?'
Ze lachte ondeugend en ik herkende in haar weer iets van vroeger.
'Soms ga ik hem na ... om te helpen ... als ik zin heb.'
A.C. Baantjer
Archief
verhaal van de week
|