Best bekeken in 1024x768

Verhaal van de week - nr. 40

 

Uit:  Rechercheur Baantjer Bureau Warmoesstraat deel 1
Uitgegeven door De Fontein - Baarn - verschenen 1993

 

Aangifte

 

Ze kwamen giechelend de recherchekamer binnen. Een man en een vrouw. Hij was een jeugdige 65-plusser in een verkreukeld grijs pak. Zij een dikke vijftiger met een paarse spoeling in grijs haar. Al van verre zwaaiden ze naar me en traden wat onvast op mij toe. Ze hadden beiden duidelijk heel diep in een vrolijk glaasje gekeken. 
Ik schoof snel een tweede stoel naast mijn bureau, want ik meen, dat de politie onder alle omstandigheden 'dienstbetoon' hoog in haar vaandel moet schrijven. 
'Wat kan ik voor u doen?' vroeg ik beleefd. Ze namen uitgebreid plaats en reageerden niet. 'Wat kan ik voor u doen?' herhaalde ik.
Zij stootte hem met een elleboog in de rug. 'Meneer vraagt wat je komt doen.'
De man keek mij geamuseerd aan. 'Ze hebben mijn portefeuille gerold.' 
'Wie?'
Hij grinnikte breed. 'Ze hebben zich niet aan mij voorgesteld.'
'U heeft ze wel gezien?'
Hij schudde droef het hoofd. 'Ik heb er niets van gemerkt. Helemaal niets. Ik zat met Mien in het café en toen zei ze: Hendrik, betaal jij even. Ik doe een greep naar mijn binnenzak ... weg portefeuille. Gerold. Zeg maar dag met je handje.'
'En daarvoor had u hem nog?' vroeg ik zakelijk. 
'Ja, in het vorige café. Toen heb ik er nog uit betaald.' 
'U bent met de tram gegaan... van het ene café naar het andere... bedoel ik.'
Hij schudde opnieuw het hoofd. 'Mien en ik gaan nooit met de tram. Uit voorzorg, begrijpt u. Op de tram zijn vaak zakkenrollers. Wij lopen altijd.'
Ik knikte begrijpend. 'Wat zat er in uw portefeuille?'
'Vijftig gulden . . . maar dat is niet zo erg. Er zat ook mijn postlegitimatiebewijs in. En dat vind ik wel erg. Dat ding heb ik nodig. Ik haal er elke maand mijn AOW mee. Zonder een legitimatie krijg je het niet.'
Ik trok de schrijfmachine naar mij toe en draaide er een vel papier in. 'Hoe heet u?' begon ik.
'Hendrik... Hendrik Bekking.'
'Met dubbel "k" of "ck"?'
Hij keek verrast naar mij op. 'Dat... eh, dat weet ik niet. Zie je, dat staat op mijn postlegitimatiebewijs.'
Ik glimlachte. 'Dat legitimatiebewijs heeft u niet méér.'
Hij knikte instemmend. 'Het zat in mijn portefeuille met die vijftig gulden.'
'En die portefeuille is gerold.'
'Precies.'
'Van die zakkenrollerij komt u nu aangifte doen,' stelde ik geduldig, 'en daarvoor heb ik uw naam nodig.'
'Hendrik... Hendrik Bekking.'
Ik zuchtte diep. 'Bekking met dubbel "k" of "ck"?'
Hij keek mij verwonderd aan. 'Ik zei het u toch al; dat staat in mijn...'
'Postlegitimatiebewijs,' vulde ik aan.
'Ja, en dat zat in mijn portefeuille.'
'En die is gerold,' reageerde ik wat kriegel.
Het gezicht van de man werd rood. 'Als je alles al weet... waarom vraagje het dan?'
Ik kneep beide ogen even stijf dicht en gokte op 'Bekking' met dubbel 'k'. 
'Waar en wanneer bent u geboren?' vroeg ik verder.
De man stond wild op. 'Kijk,' riep hij kwaad, 'als jij nu even die zakkenroller pakt... met mijn postlegitimatiebewijs... dan kun je het er allemaal zo uit overnemen.' Hij greep de vrouw bij een mollige arm en sleurde haar omhoog. 'Kom, Mien. We gaan.' Hij wiegde het hoofd. 'Wat wij tegenwoordig voor recherche hebben...'

 

A.C. Baantjer

 

Archief verhaal van de week