|
Uit: |
Rechercheur Baantjer Bureau
Warmoesstraat deel 7 |
|
Uitgegeven door De Fontein -
Baarn - verschenen 1995 |
|
Raymond Vandebroecke
Ik heb een hang naar het ongewone, het
onverklaarbare, het mysterieuze. Dat heeft te maken met Urk, waar ik
ben geboren toen het nog een eiland was, een eenzame bult in de oude
Zuiderzee. Op dat Urk was bij stormachtig weer de zee hoorbaar
nabij. Dan waren de donkere wolken zo beklemmend laag, dat ik als
jochie dacht dat ik ze met een uitgestoken vinger kon beroeren. Die
intense, voelbare nabijheid van de natuur maakt mensen religieus,
dwingt hen te zoeken naar een hogere macht, die het 'al' beheerst.
Voor die vreemde, mysterieuze zaken ga ik altijd op bezoek bij de
oude, wat bedaagde Raymond Vandebroecke. Raymond Vandebroecke is
bijna een mensenleven lang als rechercheur verbonden geweest aan het
befaamde politiebureau in de Amsterdamse Warmoesstraat. Hij was al
een lustrum in ruste, maar had nog steeds de reputatie van een groot
speurder. Soms, in de verstilde uren na de avondmaaltijd, doemden
uit zijn glanzende carričre herinneringen op en dan luisterde ik
gespannen.
Op een winderige avond vertelde Raymond Vandebroecke mij over
mevrouw Dupont. Hij zette zijn bolronde cognacglas op het tafeltje
naast zijn leren fauteuil en staarde in de vlammen van de open
haard. 'Er is een zaak,' sprak hij peinzend, 'die mij, na al die
jaren, nog steeds ernstig bezighoudt. Ik betwijfel of ik het
mysterie ooit tot een oplossing zal brengen. Het is te lang geleden.
Maar voor mijn eigen gemoedsrust zou het beter zijn.'
Ik boog mij iets naar voren. 'Wat voor een zaak?' vroeg ik hoopvol.
'De zaak van mevrouw Dupont.'
'Wat gebeurde er met mevrouw Dupont?'
'Ze verdween.'
Ik glimlachte bescheiden. 'Nauwelijks interessant, lijkt mij. Je
hebt mij weleens verteld dat er in de grote steden dagelijks mensen
verdwijnen ... mensen van wie nooit meer taal of teken wordt
gehoord.'
De oude speurder knikte. 'Dat is waar. Maar van mevrouw Dupont weet
ik tot op de dag van vandaag niet of ze ooit werkelijk heeft
geleefd.'
'Hoe kon ze dan verdwijnen?'
Raymond Vandebroecke leunde in zijn fauteuil achterover. Het
dansende licht van het haardvuur speelde in bronzen kleuren over
zijn gezicht.
'Op een regenachtige novemberavond, vele jaren geleden, toen ik als
dienstdoende rechercheur eenzaam en alleen in de grote
recherchekamer zat, verscheen er een man, na een schuchter kloppen,
in de deuropening. Hij aarzelde even en kwam toen met slepende tred
naar mij toe. Toen hij dichtbij was, keek ik naar hem op. Hij was
lang en breedgeschouderd, had fraai zwart golvend haar en
staalblauwe ogen in een scherp, bijna hoekig gezicht. Er ging een
onverklaarbare dreiging van hem uit... een dreiging die mijn
beroepsmatige waakzaamheid nog vergrootte.
Zonder dat ik hem daartoe had uitgenodigd, nam hij op de stoel naast
mijn bureau plaats. "Mijn naam is Dupont," zei hij, "George Dupont.
Ik meld u de vermissing van mijn vrouw." Zijn stem klonk diep en
warm.
"Sinds wanneer is zij verdwenen?" vroeg ik.
Hij schoofde mouw van zijn regenjas iets terug en keek op zijn
horloge. "Twee uur," zei hij, "en drie kwartier."
Ik keek hem glimlachend aan. "Vindt u het niet wat vroeg om nu al
van een vermissing te spreken?" zei ik. "Misschien .. . misschien is
ze even boodschappen doen, is ze ergens opgehouden."
De man schudde resoluut zijn hoofd. "Nanette," zei hij strak, "komt
niet meer terug."
Er was iets in de toon van de man dat mij deed opkijken.
"Hoe weet u dat zo precies?" vroeg ik.
De man werd ongeduldig. Hij sloeg met zijn vuist op de rand van mijn
bureau. "Omdat ik haar ken," reageerde hij kribbig.'
Raymond Vandebroecke pauzeerde, pakte zijn glas van het tafeltje en
nam een slok van zijn cognac.
'Een vreemde man,' zei ik.
Hij knikte. 'Dat was hij ook. Impulsief, ontoegankelijk. Ik kon geen
contact met hem krijgen. Hij herhaalde het eindeloos: "Nanette is
weg ... en komt nooit meer terug." Over het hoe en waarom kreeg ik
geen uitsluitsel.
Toen de man was verdwenen, dacht ik over het geval na. De
verdwijning van Nanette Dupont intrigeerde mij. Hoewel dat niet
gebruikelijk was, verzond ik dezelfde avond nog een telexbericht,
waarin ik de opsporing van haar verblijfplaats verzocht.
De volgende morgen ging ik echt aan de slag. Het gebeurt vaak dat
degene die de "vermissing" komt melden, aanleidende gebeurtenissen
verzwijgt. Het is altijd een goede zaak een babbeltje met nabije
familieleden te maken. Dat werkt meestal verhelderend.
Om over die familiebetrekkingen geďnformeerd te raken nam ik contact
op met het bevolkingsregister.' Raymond Vandebroecke wreef zich met
een pijnlijk gezicht achter in zijn nek. 'Ik kreeg toen mijn eerste
schok te verwerken ... mevrouw Dupont bestond niet.'
'Wat?'
De oude speurder glimlachte triest. 'Officieel niet. Op het adres
aan de Herengracht, dat George Dupont mij had opgegeven, stond
alleen hijzelf ingeschreven, als ongehuwd man.'
'Een valse aangifte?'
Raymond Vandebroecke trok zijn schouders op. 'Dat leek mij te zot.
Wat voor zin heeft het de vermissing op te geven van een vrouw die
niet bestaat?' Ik maakte een hulpeloos gebaartje. 'Misschien was de
man geestelijk gestoord?'
De oude rechercheur schudde traag zijn hoofd. 'Nee, dat was hij
niet. Althans, ik heb in zijn gedrag en uitlatingen nooit iets in
die richting bespeurd. Maar laat ik verder gaan.
George Dupont had mij gezegd dat de familienaam van zijn vrouw
Verpoorten was. Maar een Nanette Verpoorten met de geboortedatum die
hij mij had opgegeven, kwam in de registers van de bevolking niet
voor. Ik kon dus geen navraag doen bij haar familie ... die was er
eenvoudig niet. De ouders van George Dupont bleken te zijn
overleden. Hij had alleen een broer, Robert Jean Dupont, die in
Aerdenhout woonde. Ik besloot de zaak niet telefonisch af te doen,
nam een dienstwagen en meldde mij bij hem voor een bezoek.'
Ik schoof naar het puntje van de fauteuil waarin ik zat. Het verhaal
van de verdwenen vrouw kreeg mij volledig in zijn ban. 'En?' riep ik
gespannen.
Op het gezicht van de oude Raymond kwam een moede trek. 'Robert Jean
Dupont ontving mij allerhartelijkst in zijn villa, ik kan niet
anders zeggen. Beminnelijk leidde hij mij naar zijn studeervertrek
en liet mij plaatsnemen. Maar toen ik hem de reden van mijn komst
vertelde, lachte hij mij vierkant uit. "George!" riep hij vrolijk.
"Een vrouw? Onbestaanbaar, een sprookje! George ... George is de
meest verstokte vrijgezel die ik ken." '
'Zei zijn broer dat?'
Raymond zuchtte. 'Dat zei hij ... ja. En hij liet min of meer
doorschemeren dat ik een sukkel was en dat George een geweldige
"practical joke" met mij had uitgehaald door de vermissing aan te
geven van een vrouw die niet bestond.'
Ik keek mijn vriend onderzoekend aan. 'Wat heb je toen gedaan?'
De oude speurder zuchtte opnieuw. 'Ik was van plan op hoge poten
naar de Herengracht te stappen om die meneer George Dupont eens
duidelijk te vertellen hoe ik over zijn grappen dacht. Maar ik ben
een voorzichtig en bedachtzaam mens. Jaren van recherchewerk hebben
mij dat geleerd. Ik besloot eerst een grondig buurtonderzoek in te
stellen. Ik informeerde links en rechts, maar niemand had ooit een
mevrouw Dupont gezien.' Raymond Vande-broecke zweeg even. De
vrolijke accolades rond zijn mond vergleden tot een harde trek.
'Toen belde ik bij hem aan.'
'Bij George Dupont?'
'Precies. Toen hij de deur voor mij opende, duwde ik hem wat ruw
opzij en liep langs hem heen naar binnen. Hij kwam mij na. In de
gang draaide ik mij om. "Er is geen mevrouw Dupont," snauwde ik.
Hij reageerde niet direct. Met een koele blik keek hij mij aan.
Secondenlang. Ik blikte onbewogen terug en zag hoe langzaam zijn
expressie verzachtte. "Gaat u mee," sprak hij toonloos.
Hij leidde mij door zijn woning: de keuken, de eetkamer, het
woonvertrek met sierlijke fauteuils in Queen Anne-stijl. Ik keek
scherp om mij heen, lette op elk detail. In duizenden subtiele
dingetjes herkende ik onmiskenbaar de hand van een vrouw.
In de slaapkamer onderzocht ik de toilettafel met een forse spiegel.
Er lagen alleen typisch vrouwelijke make-upartikelen .. . gebruikt.
In een reeks kasten ontdekte ik een uitgebreide collectie hoeden,
mantels en japonnen. Ik nam een japon van het houdertje en rook
eraan. George Dupont volgde mijn bewegingen. Om zijn lippen gleed
een zoete glimlach. "Een vleugje Jasmijn," zei hij zacht en zijn
stem trilde van tederheid.
Ik hing de japon terug en keek de kamer verder rond. Boven een
tweepersoonsbed hingen aan lange roze linten zeven boeketjes
gedroogde veldbloemen. George Dupont zag mijn belangstelling. "Van
Nanette," zei hij. "Elk jaar op onze trouwdag schonk ze mij zo'n
boeketje ... uit liefde." '
Ik slikte mijn emoties weg. 'Ongelofelijk,' stamelde ik.
Raymond Vandebroecke knikte. 'Ik raakte erdoor in de war. Toen ik
van hem wegging, had ik de stellige overtuiging dat er werkelijk een
mevrouw Dupont bestond. Ik heb ook met volle overgave jarenlang
intensief naar haar gezocht. Ik heb niets onbeproefd gelaten.
Wanneer ergens het lichaam van een onbekende vrouw was gevonden,
ging ik erheen.'
'Kon je haar herkennen?'
Hij beet op zijn onderlip. 'Het vreemde was dat er in de hele woning
aan de Herengracht geen foto van haar was te vinden. Toen ik dat
opmerkte, zei George Dupont dat zijn vrouw Nanette zich om redenen
van bijgeloof nooit had willen laten fotograferen. Ook wilde ze niet
dat een bevriende schilder een portret van haar maakte.' Raymond
gebaarde met beide handen. 'Het enige dat ik van haar had, was het
uitgebreide signalement dat George Dupont mij van haar had
gegeven.'
'En?'
De oude speurder liet zijn hoofd iets zakken. 'Ik heb haar nooit
gevonden.'
'Ze bestond dus niet.' Ik boog mij ver naar hem toe. Ik had de
stellige overtuiging dat zijn verhaal niet afwas, dat mijn vriend
een deel verzweeg. 'Ze bestond dus niet,' herhaalde ik dwingend.
Hij keek mij aan. 'George Dupont is gestorven,' sprak hij langzaam.
'Het bericht van zijn overlijden bereikte mij te laat om zijn
begrafenis bij te wonen. Om een of andere sentimentele reden ben ik
een paar dagen later naar de begraafplaats gegaan. De portier legde
mij uit waar ik zijn graf kon vinden. Zodra ik in het grindlaantje
kwam, zag ik bij het nog prille graf een vrouw. Ze droeg een zwarte
sluier en boog zich voorover. Toen ik naderbij kwam, leek ze
geschokt en snelde weg. Ik probeerde haar in te halen, maar ze
verdween uit mijn gezichtsveld.
Ik ging terug naar het graf. Op de grafsteen van George Dupont lag
aan een lang roze lint... een lief boeketje veldbloemen.'
A.C. Baantjer
Archief
verhaal van de week
|