Best bekeken in 1024x768

Verhaal van de week - nr. 23

 

Uit:  Rechercheur Baantjer Bureau Warmoesstraat deel 9
Uitgegeven door De Fontein - Baarn - verschenen 1997

 

Toen

 

Op zoek naar een locatie voor weer eens een nieuw boek kwam ik terecht op het Haarlemmerplein. Ik zag tot mijn grote voldoening dat de restauratie van de oude Willemspoort, door de Amsterdammers steevast Haarlemmerpoort genoemd, gestaag vorderde.
Ik bewaar dierbare herinneringen aan dat oude monument. Vele jaren heb ik in de directe omgeving van de Haarlemmerpoort gewoond. Als kind deden we spelletjes tussen de pilaren. We schreeuwden daarbij heel hard, omdat het inwendige van de poort zo zalig resoneerde. Totdat een of andere knorrige diender uit het politieposthuis, dat in de poort was ondergebracht, ons wegjoeg.
Naast de poort was een zogenoemde paardenbak. Dat was een rond, gietijzeren gevaarte, dat aan de binnenzijde lichtgroen was geschilderd en waarin steeds vers water stond voor de trekpaarden. Paardenkarren vormden toen nog een wezenlijk onderdeel van het stadsbeeld.
Op woensdag- en zaterdagmiddag waren we vrij van school. Wie erom vroeg - en ik moest erom vragen -kreeg van de meester een badkaartje voor een gratis bad in het badhuis aan de Polanenstraat. Het ellendige was dat het badhuis al om vier uur sloot. Als ik op het 'opgespoten' land aan het einde van de Zaanstraat een partijtje had gevoetbald, kwam ik steevast te laat. Om een pak slaag van mijn moeder te ontlopen, stopte ik mijn hoofd in de paardenbak. Ik kwam dan met druipend natte haren thuis, zodat het leek alsof ik werkelijk het badhuis had bezocht. Ik herinner mij nog levendig het moment dat moeder mijn bedrog ontdekte. Dat was op een zaterdag, toen zij, ondanks mijn natte haren, in de borstzak van mijn kieltje een ongebruikt badkaartje vond.
Mensen, mensen, wanneer ik de weelde van nu bekijk, wat waren wij dan arm in die tijd. Mijn moeder, het lieve mens, deed alles, koken en de hele was, op een driepitspetroleumstel. In de buurt kostte een liter petroleum vijf cent. De 'concurrent', een soort drogist in de Buiten Oranjestraat verkocht dezelfde petroleum een halve cent goedkoper. Dat ik 's middags tussen schooltijd voor die halve cent ruim vijfentwintig minuten moest lopen, achtte mijn moeder een financiële noodzaak.
Om het gezin wat op te fleuren werd ik er 's zaterdagsavonds op uitgestuurd om tegen sluitingstijd, dat was toen tien uur, bij Simon de Wit op de Haarlemmerdijk voor vijf cent afsnijdsel te halen. Bij het snijden van worst en fijne vleeswaren bleven er altijd wel restjes over. Voor vijf cent kreeg je dan een zak vol van die restjes mee. Voor ons een uitzonderlijke traktatie. Omdat we thuis, ondanks de armoede, toch een zekere trots bewaarden, moest ik altijd tegen de winkelbediende zeggen: 'Vijf centen afsnijdsel voor de kat.' Er mocht vooral niet het idee worden gewekt dat wij zelf van het afsnijdsel smulden.
Mijn vader had een zwakke maag en wanneer de restjes wel eens wat vet waren, dan had hij daar last van. Op een zaterdagavond viel ik uit mijn rol. 'Vijf centen afsnijdsel voor de kat,' riep ik tegen de bediende, maar alstublieft niet zo vet, want vader is er vorige week niet goed van geworden.'

 

A.C. Baantjer

 

Archief verhaal van de week