|
Uit: |
Rechercheur Baantjer Bureau
Warmoesstraat deel 9 |
|
Uitgegeven door De Fontein -
Baarn - verschenen 1997 |
|
Vakantie
Ik ben geen vakantiemens. Deze kreet, zo besef ik,
behoeft enige uitleg. Vakantiemensen zijn in mijn optiek lieden die
jaarlijks zeker driemaal opgetogen naar exotische verre landen
trekken en de tijden tussen de vakanties door gebruiken voor het
opladen van nieuwe energie om er de volgende periode van vrije tijd
weer vrolijk en fit op uit te trekken. Hun conversatie opent
steevast met de vraag: 'Heb jij al geboekt?' Gevolgd door: 'Wij gaan
naar...'
Ik word moe van vakanties. De keren dat ik mij heb laten verleiden
om een naburig land te bezoeken - verder ben ik nooit gekomen -
verlangde ik na enkele dagen al zo intens naar mijn eigen bed en
mijn plekje achter mijn schrijfbureau, dat het plezier in mijn leven
eerst weer opvlamde bij de thuisreis.
Gelukkig heb ik lang geleden een vrouw getrouwd die mijn gevoelens
en inzichten inzake vakanties deelt of veinst ze te delen (daarover
heb ik na ruim veertig jaar nog geen absolute zekerheid), zodat mij
pijnlijke huwelijkse tegenstellingen bespaard blijven.
Ik heb in mijn kennissenkring brave echtgenoten, die ook het liefst
thuis zouden willen blijven. Met angst zien zij een naderende
vakantieperiode tegemoet, waarin zij worden gedwongen hun
reislustige wederhelft te volgen naar zonovergoten landen met
brandende stranden, benauwde appartementen en afschuwelijke
maaltijden.
In een wild verlangen om weer eens een bruisende branding te zien,
zijn we van de week op een zonnige dag naar de kust gereden. Het
werd een tocht vol teleurstellingen. Op de weg langs de duinen
stonden links en rechts de auto's bumper aan bumper. Er was geen
plekje vrij en in de file waarin wij terechtkwamen, konden we alleen
nog maar rechtdoor. Uiteindelijk belandden we in de haven van Den
Helder en hadden nog geen zee gezien.
Langs smalle wegen en lieflijke dorpen, zoals Oude Sluis,
Barsingerhorn, Hoogwoud, Spanbroek, Wognum en Zuidermeer, zijn we
teruggereden. Het was er heerlijk rustig en wij genoten.
Ergens in de buurt van Bobeldijk zat een oude man aan de rand van
een vaart met een hengel. Er straalde zoveel warmte en rust van de
man uit, dat ik, nieuwsgierig geworden, mijn wagen stopte en naar
hem toe liep.
'Vangt u wat?' vroeg ik.
Hij schudde zijn hoofd. 'Ik zit hier niet zozeer om wat te vangen.
Ik houd hier vakantie.'
'Niet naar Spanje, Italië, Griekenland?'
Hij grinnikte. 'Mij niet gezien. Ik voel mij een gelukkig mens. Ik
heb er geen last van.'
'Waarvan?' vroeg ik niet-begrijpend.
'Onvrede. Existentiële onvrede. De ziekte van onze moderne tijd. De
mensen hebben van alles en toch zijn ze niet tevreden. Dat is het.
Daarom... steeds duurdere vakanties, steeds verder weg.'
Zijn dobber wipte op en neer. Hij keek met glinsterende ogen naar
mij op. 'Er zit hier snoek.'
A.C. Baantjer
Archief
verhaal van de week
|