|
Uit: |
Rechercheur Baantjer Bureau
Warmoesstraat deel 4 |
|
Uitgegeven door De Fontein -
Baarn - verschenen 1994 |
|
Neut-Gerrit
Ik wil niet beweren dat ik de gedragingen van alle
criminelen ken. Dat zou ook te veel zijn om in één mensenhoofd op te
stapelen. Toch zijn er criminelen van wei het gedrag bij een
politiebureau voorspelbaar is. Het zijn uiteraard voorspellingen
gebaseerd op een jarenlange ervaring.
Zo weet ik dat de weerstand van Rooie Willem op precies twee dagen
kan worden gesteld. Die eerste twee dagen in ons logies ontkent hij
alles en vindt steeds nieuwe uitvluchten. Eerst op de derde dag
volgt zijn bekentenis, gevat in een meestal smeuïg, zij het waar
verhaal.
Dan is er Slome Meindert, die na de ernstig gemeende vraag: 'Hoe is
het nu met je oude moeder?' zich onmiddellijk in tranen van berouw
stort en al zijn nog niet bestrafte wandaden opbiecht.
Er zijn ook lieden die nooit bekennen. Je kunt hen onder bergen
bewijsvoering begraven en constateren dat ze vrolijk uit hun
juridisch graf kruipen om zinder blikken blozen te beweren dat alles
op een misverstand berust. Het is voor een rechercheur zaak ook voor
zulke momenten een glimlach te bewaren.
Van de 'Blauwe', ook wel 'Neut-Gerrit' genoemd, is bekend dat hij
alleen die zaken bekent, waarvoor je als rechercheur ijzersterke
bewijsmiddelen kunt aandragen. Over de rest hult hij zich in een
gouden zwijgen. Zijn eerste vraag luidt onveranderd: 'Wat heb je?'
En als dat slechts een redelijk, doch schamel vermoeden is, wuift
Gerrit het met een hautain gebaar naar de rommelhoek van de
Onbekende Daders.
Ik was dan ook hogelijk verrast toen ik van de week de laatste
affaire die ik met hem had behandeld van een vrouwelijk
rechter-commissaris terugverwezen kreeg met het ambtelijke verzoek
Gerrit te verhoren omtrent een reeks bekentenissen, die hij haar had
gedaan.
Ik ging de uitvoerig omschreven bekentenissen eens na en kwam tot de
verbijsterende ontdekking dat Gerrit zelfs misdaden had bekend, die
nooit waren begaan.
Ik toog wat opgewonden naar het Huis van Bewaring en sprak jegens
Gerrit mijn verbazing uit. 'Is het Leger des Heils bij je geweest?'
vroeg ik spottend.
Hij schudde het hoofd.
'Waarom dan die bekentenissen?' wilde ik weten.
Om zijn smalle lippen dartelde een glimlach. 'Het kwam door die
rechter-commissaris.'
Ik trok de schouders op. 'Wat is daar mee?'
Hij glimlachte opnieuw en in zijn ogen gleed een dromerige blik. 'Ze
had een paar borsten... zo mooi.' Hij zweeg even.
Zijn blik dwaalde weg. 'Als ze schreef leunde ze wat voorover en dan
gunde ze mij een blik, zo mooi en diep, dat ik er van binnen warm
van werd.'
Ik keek hem niet-begrijpend aan. 'Wat heeft dat met die
bekentenissen te maken?'
Hij grijnsde. 'Zolang ik vertelde... bleef zíj schrijven.'
A.C. Baantjer
Archief
verhaal van de week
|