|
Uit: |
Rechercheur Baantjer Bureau Warmoesstraat
deel 8 |
|
Uitgegeven door De Fontein - Baarn -
verschenen 1996 |
|
Bananasplit
Ik verschijn nog wel
eens op uw televisiescherm. Er zijn blijkbaar genoeg programma's op
de buis, waar ik in pas.
Ook ben ik zo
kleurloos, dat vrijwel elke omroep, commercieel of niet, van welke
overtuiging dan ook, een beroep op mij doet. En als men mij komt
halen en ook terugbrengt, doe ik een net pak aan, bind een stropdas
om en ga naar de studio.
Waarom?
Ik zal proberen het u
uit te leggen. Ik schrijf verhalen en om u te plezieren doe ik mijn
uiterste best om dat zo goed en spannend mogelijk te doen. Mijn
uitgever maakt van die verhalen boeken en boeken vormen... hoe
verheven men daarover ook mag denken... een product dat verkocht
moet worden. Dat is in het belang van mijn uitgever, van de drukker,
van de binder, van de boekhandel... kortom in het belang van al die
mensen die met of aan dat product hebben gewerkt. Dus ook in het
belang van mij.
Hoe verkoopt men een
product? Door het maken van reclame. Televisie is, zo leert de
ervaring, voor de commercie een krachtig en prachtig hulpmiddel.
Daarom zijn er zoveel commerciële omroepen en komen er steeds meer.
Begrijpt u, het is niet louter ijdelheid, dat ik zo nu en dan op uw
huiselijk televisiescherm verschijn.
Een lieve mevrouw,
bij wie ik al eerder in een televisie-tuinprogramma was geweest,
schreef mij dat ze een nieuw programma ging maken en wel over de
heimelijke groep mannen, die thuis wel eens met een treintje
speelt. Ik
behoor tot die heimelijke groep, en dat wist ze. Of ik aan haar
nieuwe programma wilde meewerken en op een bepaald tijdstip op het
perron van het treinstation in Medemblik wilde komen.
Het was een valstrik.
Maar dat wist ik niet.
Op het afgesproken
tijdstip stond ik op dat perronnetje en wachtte. Plotseling kwam een
beeldschone vrouw in een politie-uniform naar mij toe met naast haar
een jongeman geketend aan een handboei.
'Ach, meneer
Baantjer,' riep ze. 'U bent een geschenk uit de hemel. Ik moet nodig
naar het toilet. Wilt u even mijn arrestant vasthouden?'
Ik beschouw mijzelf
beslist niet als een geschenk uit de hemel, maar wat doe je als
oud-rechercheur met de smeekbede van een jonge, beeldschone
vrouwelijke agent, die zo nodig een plasje moet plegen? Ik nam de
arrestant van haar over. Het plasje duurde ongelofelijk lang en mijn
arrestant beweerde met klem, dat hij totaal onschuldig was en dat
zijn arrestatie op een misverstand berustte. Hij stond op zijn vader
te wachten toen de vrouwelijke agent op hem afkwam en plotseling
zijn linkerarm in een handboei klemde. 'Laat mij gaan. Ik raak die
handboei wel ergens kwijt.'
Daar voelde ik niets
voor. Ik had de vrouwelijke agent beloofd op haar arrestant te
passen en het is mijn gewoonte om beloften na te komen. Ik heb
uiteraard ervaring in het omgaan met arrestanten. Het is van belang
dat hun gedachten op jou blijven gericht en niet afdwalen. Gelukkig
bleek de jongeman wel eens een boek van mij te hebben gelezen. Ik
boog mij naar hem toe en begon hem op zachte toon de inhoud van mijn
nieuwste roman te vertellen. Hij luisterde geboeid... in dubbele
betekenis.
Ik begreep dat ik
naar een oplossing moest zoeken. De vrouwelijke agent kwam almaar
niet opdagen en ik besefte dat ik de aandacht van de jongeman niet
blijvend kon vasthouden. Verderop, tegen de gevel van het
stationnetje, zag ik in het beton een paar fietsenrekken. Al
vertellende leidde ik mijn arrestant in die richting. Toen de rekken
binnen handbereik waren, ketende ik de jongeman met zijn handboei
aan een rek vast. Hij jammerde. Hulpeloos. Op het perron naderde een
kleine gezette man.
'Mijn vader,' riep
mijn arrestant.
Het was Ralf Inbar
van Bananasplit.
A.C. Baantjer
Archief
verhaal van de week
|