Best bekeken in 1024x768

Verhaal van de week - nr. 122

 

Uit:  Rechercheur Baantjer Bureau Warmoesstraat deel 2
Uitgegeven door De Fontein - Baarn - verschenen 1993

 

Loempia

 

Een Engelse bioloog zag in Australië eens een dier rondspringen, dat zijn bijzondere aandacht trok. Hij had het dier nog nooit gezien en het bestaan ervan was hem onbekend. Hij probeerde aan de weet te komen hoe het dier door de inheemse bevolking werd genoemd. Omdat hij hun taal niet machtig was, liepen zijn pogingen op niets uit.

Dus maakte hij schetsjes van het dier en liet deze aan de inboorlingen zien. Ook dat baatte niet. Teneinde raad sprong de bioloog, in een stuntelige poging het dier te imiteren, met vreemde huppelpasjes voor de kring inheemsen rond.

De inboorlingen sloegen zijn verrichtingen geamuseerd gade. Toen de bioloog tijdens de sprongetjes die hij uitvoerde, zijn handen in de vorm van een buidel voor zijn buik hield, riepen de inboorlingen verrast: 'Kangoeroe, kangoeroe.'

De bioloog was uitermate verheugd, dat zijn pogingen toch nog succes hadden en hij noemde het door hem ontdekte dier 'kangoeroe.'

Hij schreef een uitvoerig rapport aan de Royal Society in Londen, waarin hij melding maakte van zijn ontdekking en tevens memoreerde op welke wijze hij aan de naam van het dier was gekomen.

Toen een tiental jaren later een taalkundige bedoelde inboorlingenstam bezocht en hun taal bestudeerde, ontdekte hij dat 'kangoeroe' in hun taal de betekenis had van 'knettergek'.

 

Ik moest aan dit verhaal denken toen een collega-rechercheur, een wat corpulent man, een verklaring moest opnemen van een Chinees, die blijkens de inlichtingen die hij had Ho-Wang-Tang, Tang-Ho-Wang of Ho-Tang-Wang zou moeten heten. Het kostte de rechercheur veel moeite een Chinees van die naam te pakken te krijgen en het kostte hem nog meer inzet en inspanningen om van hem een aanvaardbare verklaring te verkrijgen.

Nadat het hem uiteindelijk was gelukt, verwerkte hij de verklaring keurig in een proces-verbaal en legde deze de Chinees ter ondertekening voor. De Chinees pakte geduldig een pen en plaatste onder de verklaring een paar sierlijke Chinese tekens.

Het toeval wilde dat op de zelfde dag een Chinees, die al een tijd in ons land woonde en de Nederlandse taal enigszins machtig was, aan het bureau verscheen.

Omdat de rechercheur de verklaring die hij had gekregen niet geheel vertrouwde, vroeg hij aan deze Chinees of hij ene Ho-Wang-Tang, Tang-Ho-Wang of Ho-Tang-Wang kende.

Omdat de Chinees hem niet begreep, liet de rechercheur hem de handtekening onder de met zoveel inspanningen verkregen verklaring zien.

De Chinees nam de corpulente rechercheur eens van onder tot boven op. Plotseling begon hij te lachen en toonde een gebit met veel goud.

'Wat valt er te lachen?' vroeg de rechercheur, die onraad rook.

'Weet u,' vroeg de Chinees, 'wat er onder die verklaring staat?'

De rechercheur trok de schouders op. 'De handtekening van Ho-Wang-Tang of hoe die vent ook mag heten.'

De Chinees schudde het hoofd. 'Geen handtekening.'

'Wat dan?'

De Chinees toonde opnieuw zijn gouden gebit.

'Hi, hi.' kirde hij. 'Vette Loempia.'

 

A.C. Baantjer

 

Archief verhaal van de week