Best bekeken in 1024x768

Verhaal van de week - nr. 121

 

Uit:  Rechercheur Baantjer Bureau Warmoesstraat deel 3
Uitgegeven door De Fontein - Baarn - verschenen 1993

 

Verschrikkelijk

 

Een jongeman belde: 'Mijn zuster is gisteravond om ongeveer tien uur door twee Engelsen in een wagen getrokken. Zij hebben de hele nacht met haar rondgereden. Zij komt net thuis.'

Ik keek op de klok in de recherchekamer. Het was kwart over acht. 'Waar gebeurde het?' vroeg ik.

'Op de Nassaukade bij de Rotterdammer brug. Zij liep daar en was op weg naar huis.'

'Hoe oud is uw zuster?'

'Negentien jaar.'

'Hebben ze iets met haar gedaan? Ik bedoel. . . hebben ze haar verkracht of onzedelijk betast? In dat geval moet ze naar de Zedenpolitie.'

Ik hoorde hoe hij ruggespraak hield. 'Nee, ze hebben niets met haar gedaan.'

'Niets?' herhaalde ik verbaasd.

'Nee, ze zegt van niet.'

'Dan moet ze naar de Warmoesstraat komen. Het kan wederrechtelijke vrijheidsbeneming zijn.'

Een half uurtje later stapte zij binnen. Naast haar, groot, breed, indrukwekkend, torende haar moeder. Zij deed het woord. 'Mijn zoon heeft u gebeld. Zij hebben Tieneke in een auto getrokken.'

Ik keek naar Tieneke. Zij was blond, lief en broos. 'Twee Engelsen?' opende ik.

Ze knikte traag. 'Ze spraken Engels.'

'Beiden?'

'Ja.'

'Waar hebben ze je losgelaten?'

'Weer op de Nassaukade.'

'En toen heb je het nummer van de auto genoteerd?'

Zij schudde het hoofd. 'Daar heb ik niet aan gedacht.'

Moeder kwam tussenbeide. 'Het kind was natuurlijk helemaal overstuur. Dat begrijpt u.'

Ik keek weer naar Tieneke. 'Ze hebben niets met je gedaan?'

'Nee . . . niets.'

'Waar zat je in de wagen?'

'Achterin.'

'En de Engelsen?'

'Beiden voorin.'

Ik zuchtte diep. Ik heb echt nog wel geloof in de mensen, maar dat twee jongemannen een goedogend meisje in een auto trekken, alleen om met haar over het weer te praten, zover gaat mijn geloof echt niet.

Ik nam Tieneke apart in een verhoorkamertje. Toen ik op de waarheid aandrong, begon zij te huilen en vertelde onder tranen dat het verhaal van a tot z gelogen was.

Zij had al meer dan een halfjaar een vriend met een eigen woning. Daar had zij de nacht zoet met hem doorgebracht. Ik ging terug naar de moeder en vertelde het haar.

'Het is verschrikkelijk,' jammerde zij. 'Verschrikkelijk.'

Ik schudde het hoofd. 'Weet u wat verschrikkelijk is: dat een negentienjarig meisje zo'n slechte relatie met haar familie heeft dat zij met een leugenachtig verhaal een vernederende gang naar de politie moet maken, om daar aan een wildvreemde rechercheur te vertellen dat zij verliefd is. Weet u . . . dat is verschrikkelijk.'

 

A.C. Baantjer

 

Archief verhaal van de week