Best bekeken in 1024x768

Verhaal van de week - nr. 120

 

Uit:  Rechercheur Baantjer Bureau Warmoesstraat deel 3
Uitgegeven door De Fontein - Baarn - verschenen 1993

 

Neven

 

Wie de eenzaamheid kent van mensen die geen enkele familieband meer bezitten, beseft dat het hebben van familierelaties een wezenlijk onderdeel vormt van ons persoonlijke welzijn. Toegegeven, er zijn momenten dat men graag van zijn hele familie verlost zou zijn. Toch blij­ven dat opwellingen. Ik bedoel, het bloed kruipt toch waar het niet gaan kan. Ik zou mijn oude moeder, mijn schoonouders, mijn vele neven en nichten - en onder hen zijn 'addertjes' - voor geen goud willen missen. Ik heb dan ook het geluk niet op hen te lijken - of beter gezegd, geen van hen heeft het ongeluk op mij te lijken. En dat pleegt bij families weieens voor te komen.

Pieter de Vries had een neef. Een echte 'volle' neef, kind van een broer van zijn vader. Hij heette Klaas en verder uiteraard ook De Vries. Ze waren beiden ongeveer even oud en leken als druppels water op elkaar. Op zich is dat geen ramp, alleen. . . Klaas was een crimineel. En niet zo'n kleintje ook. Op zijn drieëntwintigste jaar had hij al bijna alles gedaan wat God en het Wetboek van Strafrecht in hun onmetelijke wijsheid hebben verboden.

Nu heeft elke familie wel haar 'zwarte schaap'. En dat is leuk, want dan hebben de familieleden tijdens de vervelende verjaarspartijtjes iets om met elkaar over te roddelen. Een zwart schaap geeft wat kleur aan het familiegebeuren. Daarom, laten wij hem of haar met onze liefde omringen. Zo dacht ook Pieter ... tot hij op een kwade nacht door de politie bruut van zijn bed werd gelicht en zonder enig pardon in een duistere cel werd geworpen. De aanklacht luidde: beroving en verkrachting.

Dat zijn nu eenmaal geen misdrijven die een rechtschapen man zich zonder meer laat aanleunen. Pieter was een rechtschapen man. Zijn lieve vrouw kwam dat de volgende morgen getuigen. Nadat de zaak tot op de bodem was uitgeplozen, bleek dat niet Pieter, maar neef Klaas de wandaden had begaan.

Nadien werd Pieter nog vele malen opgepakt voor misdrijven, die neef Klaas op zijn geweten had. Ik moet u tot mijn schande bekennen dat ook ik Pieter weieens ten onrechte heb gearresteerd.

Enige tijd geleden kwam een man aangifte bij mij doen van diefstal van zijn fiets. Hij keek mij wat schuins aan. 'Kent u mij niet meer?'

Terwijl ik hem nauwlettend gadesloeg, herkende ik Pieter de Vries. Hij had alleen een andere neus, veel langer, spitser.

'Wat is er gebeurd?' vroeg ik wat verward. Pieter trok de schouders op. 'Ik werd het goed zat steeds voor neef Klaas opgepakt te worden. Eerst heb ik het geprobeerd met snorren en baarden, maar zodra Klaas in de gaten had dat ik een snor droeg, had ook hij een snor. En als ik mijn baard liet staan, liet ook hij het scheermes rusten. Hoe dan ook, ik bleef op hem lijken. Teneinde raad hebben mijn vrouw en ik besloten tot plastische chirurgie. Omdat het ziekenfonds niet wilde betalen, zijn wij beiden voor de ingreep gaan sparen. En toen viel het nog niet eens mee een chirurg te vinden die het wilde doen.'

Ik spreidde beide armen. 'Maar waarom zo'n neus?'

Hij glimlachte wat verlegen. 'Mijn vrouw . . . had Cyrano de Bergerac gezien.'

 

A.C. Baantjer

 

Archief verhaal van de week