Jonge meisjes tonen nog weieens de
neiging zomaar van huis weg te lopen. Bij de Kinderpolitie hebben ze
zelfs een aparte groep rechercheurs, die zich uitsluitend met
weggelopen minderjarigen bezighoudt. Geloof me, zij hebben handen
vol werk. Het vreemde is dat vrijwel alle jonge meisjes de wijk
nemen naar de binnenstad van Amsterdam. De Walletjes en de Zeedijk
hebben op hen een bijna magische aantrekkingskracht.
Zo kwam er op een gegeven moment
een Italiaan druk gebarend de recherchekamer binnen. Ik schatte hem
op eenjaar of vijftig. Een wat gezette man met een gekwelde blik.
Hij stortte een reeks klanken over mij uit en legde een foto van
twee tieners voor mij op het bureau neer. Omdat mijn kennis van de
Italiaanse taal niet verder reikt dan 'quanto' en 'arrivederci',
liet ik een tolk komen.
Het bleek dat de Italiaan uit een
dorpje in de omgeving van Napels was gekomen, omdat hij had gehoord
dat zijn beide dochters in Amsterdam waren. Tien dagen geleden
hadden zij plotseling de benen genomen en nu maakte vader zich
ernstige zorgen: hij kon zijn dochters slechts als maagd
uithuwelijken.
Daar hoorde ik toch wel even van
op, want deze gewoonte is bij ons duidelijk reeds lang in onbruik
geraakt.
'Hadden ze veel geld bij zich?'
vroeg ik via de tolk.
'Bijna niets.'
'Sieraden, kostbaarheden?'
'Ook niet.'
'Spreken ze nog een andere taal?'
'Nee, alleen Italiaans.'
Hoewel het opsporen van
minderjarigen feitelijk niet tot mijn taak behoort, vond ik het
ongepast een man die helemaal uit Napels was gekomen, met een
verwijsbriefje in de hand naar de Kinderpolitie te sturen. Ik trok
mijn jas aan.
'Oké,' zei ik. 'Waar?'
De Italiaan haalde de schouders
op. 'Amsterdam.' Nu neemt Amsterdam weliswaar een bescheiden plaats
in onder de wereldsteden, maar waar vindt men zo één twee drie een
paar tienermeisjes?
Uitgaande van de gedachte dat de
meisjes met hun Italiaans niet zo bar veel communicatiemogelijkheden
hadden, trok ik langs de Italiaanse restaurants in de binnenstad.
Bij het derde etablissement had ik succes. Het bleek dat de meisjes
daar vrijwel elke avond kwamen eten.
Aangezien het al bijna etenstijd
was, koos ik een tafeltje uit en bleef wachten. Binnen een half
uurtje waren ze er. Twee donkerogige schoonheden. Ik herkende hen
direct van de foto en nam hen mee naar het bureau aan de
WaTmoesstraat.
Omdat vader onmiddellijk tot
kastijdingen wenste over te gaan, kwam ik tussenbeide. Nadat vader
wat gekalmeerd was en de verzoening tot stand was gekomen, vroeg ik
via de tolk waar de meisjes hadden geslapen. Dat wilden zij niet
zeggen. Toen ik hun daarna vroeg hoe zij die tien dagen aan
de kost waren gekomen, bogen beiden beschaamd het hoofd.
Ik keek naar de vader op. Hij
begreep mijn blik. Het zou moeilijk worden met het uithuwelijken