Best bekeken in 1024x768

Verhaal van de week - nr. 118

 

Uit:  Rechercheur Baantjer Bureau Warmoesstraat deel 3
Uitgegeven door De Fontein - Baarn - verschenen 1993

 

Uithuwelijken

 

Jonge meisjes tonen nog weieens de neiging zomaar van huis weg te lopen. Bij de Kinderpolitie hebben ze zelfs een aparte groep rechercheurs, die zich uitsluitend met weggelopen minderjarigen bezighoudt. Geloof me, zij hebben handen vol werk. Het vreemde is dat vrijwel alle jonge meisjes de wijk nemen naar de binnenstad van Amsterdam. De Walletjes en de Zeedijk hebben op hen een bijna magische aantrekkingskracht.

Zo kwam er op een gegeven moment een Italiaan druk gebarend de recherchekamer binnen. Ik schatte hem op eenjaar of vijftig. Een wat gezette man met een gekwelde blik. Hij stortte een reeks klanken over mij uit en legde een foto van twee tieners voor mij op het bureau neer. Omdat mijn kennis van de Italiaanse taal niet verder reikt dan 'quanto' en 'arrivederci', liet ik een tolk komen.

Het bleek dat de Italiaan uit een dorpje in de omgeving van Napels was gekomen, omdat hij had gehoord dat zijn beide dochters in Amsterdam waren. Tien dagen geleden hadden zij plotseling de benen genomen en nu maakte vader zich ernstige zorgen: hij kon zijn dochters slechts als maagd uithuwelijken.

Daar hoorde ik toch wel even van op, want deze gewoonte is bij ons duidelijk reeds lang in onbruik geraakt.

'Hadden ze veel geld bij zich?' vroeg ik via de tolk.

'Bijna niets.'

'Sieraden, kostbaarheden?'

'Ook niet.'

'Spreken ze nog een andere taal?'

'Nee, alleen Italiaans.'

Hoewel het opsporen van minderjarigen feitelijk niet tot mijn taak behoort, vond ik het ongepast een man die helemaal uit Napels was gekomen, met een verwijsbriefje in de hand naar de Kinderpolitie te sturen. Ik trok mijn jas aan.

'Oké,' zei ik. 'Waar?'

De Italiaan haalde de schouders op. 'Amsterdam.' Nu neemt Amsterdam weliswaar een bescheiden plaats in onder de wereldsteden, maar waar vindt men zo één twee drie een paar tienermeisjes?

Uitgaande van de gedachte dat de meisjes met hun Italiaans niet zo bar veel communicatiemogelijkheden hadden, trok ik langs de Italiaanse restaurants in de binnenstad. Bij het derde etablissement had ik succes. Het bleek dat de meisjes daar vrijwel elke avond kwamen eten.

Aangezien het al bijna etenstijd was, koos ik een tafeltje uit en bleef wachten. Binnen een half uurtje waren ze er. Twee donkerogige schoonheden. Ik herkende hen direct van de foto en nam hen mee naar het bureau aan de WaTmoesstraat.

Omdat vader onmiddellijk tot kastijdingen wenste over te gaan, kwam ik tussenbeide. Nadat vader wat gekalmeerd was en de verzoening tot stand was gekomen, vroeg ik via de tolk waar de meisjes hadden geslapen. Dat wilden zij niet zeggen. Toen ik hun daarna vroeg hoe zij die tien dagen aan de kost waren gekomen, bogen beiden beschaamd het hoofd.

Ik keek naar de vader op. Hij begreep mijn blik. Het zou moeilijk worden met het uithuwelijken.

 

A.C. Baantjer

 

Archief verhaal van de week