Best bekeken in 1024x768

Verhaal van de week - nr. 115

 

Uit:  Rechercheur Baantjer Bureau Warmoesstraat deel 3
Uitgegeven door De Fontein - Baarn - verschenen 1993

 

Vader

 

Hij had twee blauwe ogen, een gezwollen rechterwang en een neus die scheef stond. Dit alles en de flarden textiel om zijn lijf getuigden van een fikse knokpartij. Hoewel hij duidelijk de sporen van slachtoffer droeg, stond hij als dader op mijn lijstje. Hij zou een oude snorder - een man die zonder vergunning taxidiensten verricht - met een paar welgemikte klappen in het ziekenhuis hebben geslagen. Van tussen een paar kapotte lippen kwam brokkelig zijn verhaal.

 

Hij was stuurman en de vorige dag binnengevaren. Hij had een flink bedrag aan gage ontvangen - bijna vijfduizend gulden - en wilde weleens plezierig de bloemetjes buiten zetten. Daartoe reserveerde hij duizend gulden.

ln het eerste cafeetje waar hij ankerde, was een oude snorder naast hem op de kruk komen ztten. 'Zo, jongen, weer eens in het land?' De stuurman beloonde deze vriendelijke aanpak met een borrel. Na de vijfde borrel waren er familiebanden ontstaan. De jonge stuurman had vaderlijke trekken in het gezicht van de oude snorder ontdekt en de snorder had ontroerd 'mijn zoon' geroepen.

De snorder kende heel wat oorden van vermaak. Reeds in de tweede bar had het vrouwelijke element haar intrede inde familie gedaan. Het was een kittig kind met hoge hakjes, veel rouge en een keel van plaatijzer. Zelfs de vurigste dranken had zij zonder blikken of blozen naar binnen laten glijden.

De verhouding was aanvankelijk wat stroef verlopen, maar toen vader-snorder de stuurman had aangeraden even met de portefeuille te wapperen, had haar liefde plotseling geen grenzen gekend. Met een schorre stem had zij hem liefjes toegesproken en hem vage beloften in het oor gefluisterd. Vervolgens had de snorder hem met zijn wagen naar een kamertje gereden en even het vaderlijke oog gesloten. Toen de stuurman en zijn geliefde weer naar buiten waren gekomen, had vader met zijn wagen staan wachten en had onbescheiden gevraagd of het plezierig was geweest.

In het vierde of vijfde cafeetje had hij het meisje vijf briefjes van honderd in de handen gefrommeld. Hij had een zoen uit dankbaarheid gekregen, maar direct daarop was de liefde sterk bekoeld. De stuurman had onder het tafeltje ergens geknepen en tot zijn verbazing had het meisje plotseling 'schoft.!' geroepen. Alle mensen in het cafeetje hadden naar hem gekeken toen zijn gelefde met kittige pasjes uit de zaak verdween en hij haar stoeltjes omverwerpend was gevolgd. Maar zij bleef weg.

Snikkend had hij zich in de armen van vader-snorder geworpen. Die had hem in zijn wagen genomen, was op een stille gracht gestopt en had hem daar een klein steegje binnengeduwd. Direct daarop was hij omringd door drie mannen, die hem overal hadden geslagen en geschopt. Terwijl hij versuft op de keien had gelegen, hadden zij zijn kleren doorzocht en al zijn geld weggenomen.

Hoewel zijn brein door de alcohol vele nevels kende, had hij toch begrepen dat vader-snorder in alles de hand had gehad. Na een half uurtje was hij overeind gekrabbeld en was naar het cafeetje waar hij was gestart teruggegaan. Hij had hem op het zelfde plekje aan de bar aangetroffen in gesprek met een man. Naast die man het kittige kind dat hij toch zo rijkelijk had beloond.

Met alle kracht uit zijn murw gebeukte lichaam had hij toegeslagen. Om zijn mond had een scheve grijns gelegen toen vader wiegelend op een brancard werd weggedragen.

 

A.C. Baantjer

 

Archief verhaal van de week