Best bekeken in 1024x768

Verhaal van de week - nr. 114

 

Uit:  Rechercheur Baantjer Bureau Warmoesstraat deel 3
Uitgegeven door De Fontein - Baarn - verschenen 1993

 

Verwarring

 

Hoewel wij Nederlanders over het algemeen wel taalgevoelig zijn en velen van ons een of meer moderne talen beheersen, vormen taal en spraak nog vaak een barrière. En dat niet alleen bij lieden die van over onze grenzen komen. Ook staatkundige Nederlanders komen onderling met elkaar dikwijls taalkundig in de knoop.

De Surinamers met wie wij aan de Warmoesstraat wel van doen hebben, hebben vaak de onhebbelijke gewoonte om in het bijzijn van de politie onder elkaar het 'takkie-takkie' te kleppen. Het is voor de politie irritant, want vrijwel niemand van ons beheerst het. Toch is het voor sommige Surinamers uiterst nuttig, omdat zij elkaar inlichtingen kunnen verschaffen waarvan de politie geen deelgenoot wordt.

Van de week werden twee Surinaamse jongeren gearresteerd, die ervan werden verdacht een reeks diefstalletjes te hebben gepleegd. Op het moment van hun arrestatie volgde een rap takkie-takkie over en weer. Plotseling verstomde hun gesprek. De twee agenten die de arrestatie hadden verricht, begonnen luidkeels tegen elkaar te praten in een taaltje dat de Surinamers vreemd in de oren klonk. Het waren Bransma en Dijkstra uit us heitelan en zij spraken Fries.

Het bargoens of dieventaaltje heeft haar exclusiviteit grotendeels verloren. Het is zo algemeen, dat het bijna beschaafd Nederlands is geworden. Een knaak, een piek, een heitje, een klussie, een snabbel, een platvink en een gozer: zij vormen geen onderdeel meer van een geheimtaal. Toch ontstaan er nog steeds storingen in de communicatie.

Zo moest de brigadier-wachtcommandant die in de nachtdienst zat even naar het toilet. Hij haalde een jonge diender, nog niet zolang geleden uit de provincie in Amsterdam neergestreken, uit de wachtkamer om even voor hem waar te nemen.

Op dat moment kwam een rasechte Amsterdammer het bureau binnen. Voor de balie bleef hij staan en duimde over een schouder. 'Buiten voor het bureau ligt een gewonde vogel.'

De jonge diender blikte omhoog en herhaalde: 'Een gewonde vogel?'

De man knikte.

Even dacht de diender diep na, daarop stapte hij naar de kantine en pakte een doos, waarin gewoonlijk de gevulde koeken worden aangevoerd. Hij ging terug naar de balie en overhandigde de man de doos.

De Amsterdammer was stomverbaasd. 'Wat moet ik met die doos?'

De diender gebaarde. 'Voor de gewonde vogel.'

Er kwam een dwarse denkrimpel in het voorhoofd van de Amsterdammer. Daarop vergleed zijn gezicht in een lach. 'Ik schat hem zeker op honderd kilo,' reageerde hij geinig.

De diender keek hem verbijsterd aan. 'De vogel?'

'Zeker.'

Pas toen de brigadier uit het toilet stapte kwam aan de spraakverwarring een eind en werd de gewonde man het bureau binnengedragen.

 

A.C. Baantjer

 

Archief verhaal van de week