Een jonge diender kwam wat opgewonden de
recherchekamer binnen en legde een honkbalknuppel op mijn bureau.
'Daarmee is het gebeurd,' sprak hij zakelijk.
'Wat?' vroeg ik.
Hij keek mij verwonderd aan. 'Die vent, die met een
hersenschudding naar het ziekenhuis is gebracht.'
Ik glimlachte beminnelijk. 'Ik weet nog van niets.'
De jonge diender gebaarde. 'Een half uurtje geleden
in de Bloedstraat. Die vent kreeg daar ruzie met een hoer en toen
heeft ze hem daarmee een paar maal op het hoofd gemept.'
'Die hoer?'
'Ja. We hebben haar beneden in de cel gezet. Kunt u
haar al hebben voor verhoor?'
Ik knikte gelaten. 'Breng haar maar.'
Een paar minuten later zat zij voor mij op een
stoel: een struise vrouw van achter in de dertig met hoog opgebonden
borsten en een overtrokken make-up. Ik dacht haar te kennen, maar
uit de rommelige zolderkamer van mijn herinneringen dook ze niet op.
Ik wees naar de zware honkbalknuppel op mijn bureau.
'Hebt u daarmee iemand op het hoofd geslagen?'
'Ja.'
'Waarom?'
Zij verschoof wat op haar stoel en boog zich iets
dichter naar mij toe. 'Kijk,' begon ze, 'ik heb mijn peeskamertje in
de Bloedstraat. Sta ik vanavond aan de deur, stopt er aan de rand
van het trottoir een grote slee van een wagen. U weet wel, zo'n
Amerikaan, met daarin een jong stel. Wel, ze flikflooien wat met
elkaar en plotseling doet zij haar slip uit en hij laat zijn broek
zakken en hups, daar gingen ze aan de gang .. . recht onder mijn
neus.'
Zij pauzeerde even, ademde diep. 'Even voorbij mijn
deur staat een lantaarnpaal en die scheen naar binnen. In een mum
van tijd was er een oploopje ... de mensen stonden te kijken hoe die
twee bezig waren.' Ze schudde droef bet hoofd. 'Nou meneer, ik kon
het niet langer aanzien. Ik ergerde mij eraan. Het was gewoon
gênant. Ik heb dus hard op het dak van de wagen geslagen. Komt het
gozertje eruit, ritst onderwijl zijn broek dicht en begint tegen mij
te schelden. 'Vuile stinkhoer, waar bemoei je je mee. Je ligt toch
zelf ook op je rug.'
Zij klopte met de middelvinger op haar borst. 'Kijk
meneer, ik ben een hoer. Daar kom ik rond voor uit. Maar als bij mij
een klant komt, dan schuif ik mijn gordijntjes dicht. Daar hoeft
niemand aanstoot aan te nemen. Maar zo aan de weg, open en bloot...'
'En toen?'
Zij spreidde beide armen. 'Hij bleef schelden van
stinkhoer.' Zij wees naar de honkbalknuppel op mijn bureau. 'Dat
endje hout heb ik altijd achter de deur staan. Voor eventualiteiten,
begrijpt u?'
'En daarmee hebt u hem mishandeld?'
Zij schudde ernstig het hoofd. 'Zo heet dat niet,
meneer. Ik heb het gozertje alleen een paar klappen fatsoen
bijgebracht.'