Best bekeken in 1024x768

Verhaal van de week - nr. 112

 

Uit:  Rechercheur Baantjer Bureau Warmoesstraat deel 3
Uitgegeven door De Fontein - Baarn - verschenen 1993

 

Fatsoen

 

Een jonge diender kwam wat opgewonden de recherchekamer binnen en legde een honkbalknuppel op mijn bureau. 'Daarmee is het gebeurd,' sprak hij zakelijk.

'Wat?' vroeg ik.

Hij keek mij verwonderd aan. 'Die vent, die met een hersenschudding naar het ziekenhuis is gebracht.'

Ik glimlachte beminnelijk. 'Ik weet nog van niets.'

De jonge diender gebaarde. 'Een half uurtje geleden in de Bloedstraat. Die vent kreeg daar ruzie met een hoer en toen heeft ze hem daarmee een paar maal op het hoofd gemept.'

'Die hoer?'

'Ja. We hebben haar beneden in de cel gezet. Kunt u haar al hebben voor verhoor?'

Ik knikte gelaten. 'Breng haar maar.'

Een paar minuten later zat zij voor mij op een stoel: een struise vrouw van achter in de dertig met hoog opgebonden borsten en een overtrokken make-up. Ik dacht haar te kennen, maar uit de rommelige zolderkamer van mijn herinneringen dook ze niet op. Ik wees naar de zware honkbalknuppel op mijn bureau.

'Hebt u daarmee iemand op het hoofd geslagen?'

'Ja.'

'Waarom?'

Zij verschoof wat op haar stoel en boog zich iets dichter naar mij toe. 'Kijk,' begon ze, 'ik heb mijn peeskamertje in de Bloedstraat. Sta ik vanavond aan de deur, stopt er aan de rand van het trottoir een grote slee van een wagen. U weet wel, zo'n Amerikaan, met daarin een jong stel. Wel, ze flikflooien wat met elkaar en plotseling doet zij haar slip uit en hij laat zijn broek zakken en hups, daar gingen ze aan de gang .. . recht onder mijn neus.'

Zij pauzeerde even, ademde diep. 'Even voorbij mijn deur staat een lantaarnpaal en die scheen naar binnen. In een mum van tijd was er een oploopje ... de mensen stonden te kijken hoe die twee bezig waren.' Ze schudde droef bet hoofd. 'Nou meneer, ik kon het niet langer aanzien. Ik ergerde mij eraan. Het was gewoon gênant. Ik heb dus hard op het dak van de wagen geslagen. Komt het gozertje eruit, ritst onderwijl zijn broek dicht en begint tegen mij te schelden. 'Vuile stinkhoer, waar bemoei je je mee. Je ligt toch zelf ook op je rug.'

Zij klopte met de middelvinger op haar borst. 'Kijk meneer, ik ben een hoer. Daar kom ik rond voor uit. Maar als bij mij een klant komt, dan schuif ik mijn gordijntjes dicht. Daar hoeft niemand aanstoot aan te nemen. Maar zo aan de weg, open en bloot...'

'En toen?'

Zij spreidde beide armen. 'Hij bleef schelden van stinkhoer.' Zij wees naar de honkbalknuppel op mijn bureau. 'Dat endje hout heb ik altijd achter de deur staan. Voor eventualiteiten, begrijpt u?'

'En daarmee hebt u hem mishandeld?'

Zij schudde ernstig het hoofd. 'Zo heet dat niet, meneer. Ik heb het gozertje alleen een paar klappen fatsoen bijgebracht.'

 

A.C. Baantjer

 

Archief verhaal van de week