Ik heb nogal moeite met de begrippen 'rijpheid' en
'volwassenheid'. Sommige mensen worden nooit volwassen, andere zijn
het al op jeugdige leeftijd. Ik ken mooie gerijpte vrouwen van rond
de veertig die een warm gevoel van menselijkheid uitstralen, en ik
ken vijftigers die nog giechelen als een puber.
Ik werd laatst voorgesteld aan een knappe, jonge
vrouw met verrukkelijke rondingen en een bescheiden, maar
geraffineerde make-up. 'Ik ben Angelique,' zei ze met omfloerste
stem en reikte mij de hand. Stotterend noemde ik mijn naam. Toen ik
later vernam dat zij de veertien lentes nog niet haalde, bekroop mij
toch een gevoel van onbehagen.
Vroeger hadden we 'bakvissen'. En daarmee werden dan
meisjes bedoeld in de leeftijd van zestien, zeventien jaar. Het
woord 'bakvis' is in onbruik geraakt en we hebben er niets voor
teruggekregen. Het woord 'tiener' dekt de lading niet. Jonge vrouwen
van zeventien, achttien en negentien jaar noemen zich geen tiener
meer. Zij zijn meestal getrouwd of hebben een permanente vriend,
compleet met seksuele begeleiding.
Van de week ontmoette ik in onze kantine aan de
Warmoesstraat brigadier Jan van Loon. Jan is ongeveer van mijn
leeftijd en zijn politiebrigade bestaat vrijwel uitsluitend uit
piepjonge dienders, van wie de meesten nog onder de twintig.
'Hoe gaat het met je kroost?' vroeg ik spottend.
Hij schoof iets naar mij toe. 'Volgens mij worden de
jongens veel te vroeg voor de leeuwen geworpen. Soms heb ik weleens
medelijden met ze, geloof me.' Hij zweeg even, slurpte van zijn
koffie. 'Vorige week kreeg ik in de avonddienst een telefoontje van
een man. "Ik heb nogal wat huwelijksproblemen," zei hij. "Ik heb
geprobeerd ze aan mijn vrouw uit te leggen, maar dat ontaardde in
een slaande ruzie. En ik wil geen ruzie, begrijpt u? Toch wil ik het
graag met haar uitpraten. Heeft u soms een mannetje bij de hand?"
Ik beloofde dat ik iemand zou sturen en liep naar de
agentenwachtkamer. Tot mijn verdriet zag ik dat ik alleen twee van
die jonge dienders in huis had. Ik weifelde even, maar bedacht dat
een politieman enkel door schade en schande wijs wordt, dus stuurde
ik ze naar het opgegeven adres. Tot mijn verbazing waren ze in korte
tijd terug. Ze stonden wat beteuterd bij elkaar en legden ieder een
gulden voor mij op de balie.
'Wat is dat?" vroeg ik verwonderd.
Een van hen nam aarzelend het woord. 'We zijn er
geweest, brigadier. De man deed open en liet ons binnen. Hij bekeek
ons van top tot teen en tastte vervolgens in zijn broekzak. 'Gaan
jullie maar weer terug naar het bureau,' zei hij vriendelijk. 'En
hier ... ieder een piek ... voor onderweg . .. voor een zakje
patat.'
Ik keek van de een naar de ander. 'Wat hebben jullie
toen gezegd?"
Een van hen haalde de schouders op. 'Wat hadden we
moeten zeggen, brigadier?"
Toen werd ik kwaad. Ik had mij vroeger niet zo laten
afschepen. Ik kneep mijn ogen dicht en brulde: 'Ieder nog een
kwartje voor een lik mayonaise."
Ze dropen af naar de wachtkamer. Onbegrepen. De twee
guldens bleven op de balie liggen.'
Jan van Loon keek naar mij op. 'Die ben ik 's avonds
na mijn dienst even terug gaan brengen.'