De vrouw die belt vertelt dat zij niet naar het
politiebureau kan komen. Zij is slecht ter been. 'Waarom had u dan
willen komen?' vraag ik.
Ik hoor aan de andere kant van de lijn een diepe
zucht. 'Ik word gekweld door geesten. De situatie is niet langer te
harden.'
Die middag begeef ik mij naar het opgegeven adres.
Er is een geelkoperen plaat naast de deur met daarop in het zwart
'Madame Pyrowetti, psychometriste' en daaronder de uren waarop
madame is te consulteren. Het blijkt dat ik buiten het spreekuur
kom.
Op mijn bellen wordt de deur elektrisch geopend. De
wijde hal is bijzonder fraai ingericht met een prachtige eiken
kapstok boven een uitzonderlijk mooie dekenkist.
Vanachter een zwart kralen gordijn verschijnt een
vrouw in een donkere kimono. Vurige draken bedekken de wijde mouwen,
eindigend in vlammende tongen. Ik schat haar midden vijftig. Het
zwart geverfde haar is dun. De koolzwarte ogen nemen mij scherp op.
'U bent rechercheur?'
In haar stem klinkt een zweem van achterdocht.
Ik knik bescheiden. Zij gaat mij voor naar een hoge
kamer met rijk gedrapeerde velours gordijnen. Het is er halfdonker.
Zij gebaart naar een diepe fauteuil en gaat tegenover mij zitten.
Zij houdt de vingertoppen met paarsgelakte nagels tegen elkaar en
uit de opengevallen kimono steekt een nog welgevormd been.
Zij werpt het hoofd in de nek en zegt: 'Ik heb
vijanden.' Zij wacht even voor het effect en gaat dan verder.
'Vijanden met een bovenaardse macht. Een macht die niet te
wederstréven is.'
Ik glimlach wat verlegen. 'Hoe... eh, hoe zou ik u
dan kunnen helpen?'
Zij schudt droef het hoofd. 'Dat weet ik niet. . .
mijn zoon.' Blijkbaar heeft ze elk gevoel voor verhoudingen
verloren, want om haar zoon te kunnen zijn was beslist een klein
wereldwonder nodig.
Zij sluit de ogen en zwijgt geruime tijd. De paarse
oogschaduw licht een beetje op. Met moeite onderdruk ik de neiging
'boeh!' te roepen.
Na een poosje zegt zij: 'Ze gunnen mij geen rust.
Elke avond wanneer ik mijn slaapkamer betreed, bellen mijn
kwelgeesten. In het begin keek ik uit het raam en riep: "Wie is
daar?" Maar er was nooit iemand. Als ik dan vermoeid naar mijn
slaapkamer terugkeerde, belden zij weer.'
Zij zucht diep en sluit opnieuw haar ogen. Ik sta op
en loop naar de aangrenzende slaapkamerdeur. Als ik die open gaat er
een bel. Madame springt op en begint te gillen. Zij is een
zenuwinstorting nabij.
Als ik de zaak onderzoek, vind ik boven de
slaapkamerdeur een sleepcontact. Het blijkt dat een week geleden een
elektricien van madame de opdracht had gekregen een waarschuwingsbel
aan te brengen op de deur van de wachtkamer voor de cliënten van de
psychometriste. Vermoedelijk heeft de man zijn opdracht verkeerd
begrepen en ook zo'n bel op de slaapkamerdeur aangebracht. Als het
bovennatuurlijke verschijnsel is opgelost en ik de bel boven de
slaapkamerdeur buiten werking heb gesteld, schudt zij mij tot
afscheid de hand. 'Als meneer eens geestelijke moeilijkheden
heeft...!'
Zij geeft mij een kaartje. 'Madame Pyrowetti', staat
erop. 'Geeft licht in duistere zaken.'