De man die op de stoel naast mijn bureau plofte,
schatte ik op een eind in de zestig. Hij had kort grijs haar en de
verweerde huid van iemand, die veel in de buitenlucht heeft gewerkt.
Aan zijn zijde zat een hond, een vaalgrijs beest met een ruige kop.
De man schudde mismoedig het hoofd. 'Ik heb haar geslagen,' zei hij
droef.
'Wie?' vroeg ik.
'Mijn vrouw.'
'Waarom?'
Hij beet zich op de onderlip. 'Zij bleef zeuren en
schold mij uit voor dierenbeul.' Hij keek naar mij op. 'Zie ik eruit
als een dierenbeul?'
Ik haastte mij het te ontkennen. 'Dat ben ik ook
niet,' ging hij verder. 'Ik kon er gewoon niets aan doen.'
'Waaraan?'
Hij verschoof iets op zijn stoel. 'Ziet u, ik was
schilder. Geen gewone huisschilder, maar ik schilderde bruggen voor
Rijkswaterstaat. Leuk werk. Je kwam nog eens ergens. Die bruggen
liggen overal. Ik zat veel in Brabant en Limburg. Dan kon je niet
gauw even een trammetje naar huis nemen. Dus bleef je over. En omdat
je toch niks te doen had, ging je 's avonds een neut halen in zo'n
dorpscafé. Gezellige mensen, die Limburgers en Brabanders. Ik heb er
altijd veel plezier gehad. Nee, ik had geen klagen, want als ik in
het weekend thuis was, dan deed je vrouw ook effe extra haar best...
als u begrijpt wat ik bedoel.'
Hij zweeg even en schudde triest het hoofd. 'Een
maand of zeven geleden ben ik gepensioneerd. Geloof me, dat is niks
voor een bruggenschilder. Mijn vrouw wilde niet dat ik naar de kroeg
ging: dus zat ik avond aan avond voor de beeldbuis. Een goede maand
geleden ontmoette ik een oud-collega. Die zat vroeger ook in de
bruggenschilderij.Hij had er wat op gevonden. Hij had een hond en
die liet hij 's avonds uit. Op zijn rondje kwam hij langs een
kroegje en dat pikte hij dan even mee.'
'De oplossing,' riep ik blij.
Hij knikte. 'Ik ging naar het asiel en nam deze
hond. Niet omdat hij zo mooi was, maar omdat hij zo lief naar me
keek.' Hij wees naar het dier. 'Ik noem hem Maffie. Het is ook een
volkomen maffe hond.'
'Waarom?'
'Hij is gek op advocaat. Toen de vrouw van de
kastelein erachter kwam, was het hek van de dam. Als ik 's avonds
met hem de kroeg binnenstapte, stond zijn schoteltje met advocaat al
klaar. En Maffie deed ook mee met de rondjes. Van de week is de bom
gebarsten. Ik kwam uit de kroeg met Maffie thuis. Het beest keek wat
lodderig naar mijn vrouw, slingerde nog even met zijn staart en
zakte toen dwars door zijn vier poten. Mijn vrouw in paniek en wij
's avonds laat nog naar de dierenarts. Nou, de dokter bekijkt Maffie
en zegt: Die hond mankeert niets. Hij is alleen bezopen.'
Ik knikte begrijpend.
'Toen was het herrie.'
Met Maffie in ons midden zijn wij naar haar toe
gegaan. Zij had wat verkleuringen bij het rechteroog. Verder niets.
Nadat wij alles hadden uitgepraat, mocht de schilder 's avonds naar
zijn kroegje.
Alleen Maffie . . . Maffie bleef thuis.