Best bekeken in 1024x768

Verhaal van de week - nr. 103

 

Uit:  Rechercheur Baantjer Bureau Warmoesstraat deel 2
Uitgegeven door De Fontein - Baarn - verschenen 1993

 

Louise

 

Hij kwam wat schuchter de recherchekamer binnen; een lange magere man met dun grijs haar en bruine ogen achter een bril met donker montuur. Ik schatte hem een eind in de vijftig. Hij zag er moe uit, afgetobd, alsof hij nachten niet had geslapen.
'Wat kan ik voor u doen?' opende ik gedienstig.

Hij plofte op de stoel naast mijn bureau neer. 'Ik kom aangifte doen,' zei hij zacht. Ze hebben mijn wagen opengebroken.'
Ik pakte een vel papier en draaide het in mijn machine.

'Hoe is uw naam?'
De man streek over het grijze haar en zuchtte diep. 'Dat kon er ook nog wel bij. Ziet u, mijn vrouw is drie weken geleden gestorven. Dat was een hele panieksituatie voor me. Ik ben er nu een beetje overheen. Maar de eerste dagen heb ik het echt zwaar gehad.'
Ik knikte meelevend. 'Hoe... eh, hoe is uw naam?' herhaalde ik vriendelijk.
Hij schonk me een moedige glimlach. 'Frederik,' zei hij achteloos. 'Frederik Jansen.' Hij schudde het hoofd. 'Het is zo vreemd. We gaan allemaal dood. Dat weet je gewoon. Maar je denkt er nooit bij na. Ik bedoel... je denkt nooit dat het je zelf kan gebeuren... of mensen dicht bij je. Dood lijkt altijd zover weg.'

'Waar stond uw auto?' vroeg ik.
Hij zwaaide met een slanke hand. 'Hier pal bij, op het Damrak.' Hij schoof de lange vingers in elkaar. 'Louise was eigenlijk nooit ziek. Weleens een verkoudheidje of zo. . . een lichte griep. Maar verder niet. Ze was veel sterker dan ik. Ik sukkel nog weleens. Louise niet. Zij was altijd vrolijk, opgewekt. Ze stond ook altijd voor iedereen klaar. Als er eens wat was bij de buren...'

'Wat is het kenteken van uw wagen?'

Hij tastte naar de binnenzak van zijn colbert en glimlachte verontschuldigend. 'Ik kan dat nummer nooit goed onthouden. En nu helemaal niet. Louise onthield altijd alles - de verjaardagen in de familie, wanneer ze trouwdag hadden.Ze wist alles. Ik zei weleens tegen d'r: Meid, je hebt een geheugen als een ijzeren pot.'
Hij plukte met bevende vingers het kentekenbewijs uit zijn portefeuille en legde het voor me neer.

'Wanneer hebt u uw wagen op het Damrak geparkeerd?' vroeg ik zakelijk.
Hij verzonk in diep gepeins. 'Dat weet ik niet meer,' zei hij na een poosje. 'Ik ben er met mijn gedachten niet meer zo bij. Het doet je wat als je vrouw sterft. Je bent gewoon alles kwijt. Je kan en wil het niet geloven. Het wil er niet bij je in.'
Hij zweeg even en keek naar me op. 'Bent u getrouwd?'

Ik knikte ernstig. 'Vijfentwintig jaar.'

Zijn onderlip begon te trillen. 'Geniet ervan, meneer, geniet ervan... zolang het nog kan.' Zijn bruine ogen werden vochtig. Een enkele traan gleed grillig over een ingevallen wang.
Plotseling stond hij op en liep de kamer uit. Ik keek hem na. De half afgemaakte aangifte stak nog in mijn machine. Ik had niet de moed hem terug te roepen.

 

A.C. Baantjer

 

Archief verhaal van de week