Best bekeken in 1024x768

Verhaal van de week - nr. 101

 

Uit:  Rechercheur Baantjer Bureau Warmoesstraat deel 2
Uitgegeven door De Fontein - Baarn - verschenen 1993

 

Ze was het waard

 

Wat is een mens waard? Een cynische Amerikaan heeft het eens voor ons uitgerekend. Uitgaande van de stelling dat de mens niet voor consumptiedoeleinden mag worden gebruikt, kwam hij aan vet, kalk, fosfor, een paar zouten en enige mineralen op een totaal van 3,78 gulden. En dat is niet veel. Voor de hoogmoedigen onder ons een reden tot bezinning.
Met de vraag wat een mens, en in het bijzonder een vrouw, waard is, kamp ik al zolang ik vanuit het politiebureau aan de Warmoesstraat met de prostitutie word geconfronteerd. Er zijn mannen, die het vreemd vinden dat de meisjes op de wallen nog geld durven vragen voor de eer die zij hun aandoen, door met hen liefde te bedrijven. Er zijn ook mannen die geen prijs te hoog vinden.

En dan zijn er de ziekelijke 'pingelaars' - mannen die met elk meisje een discussie aangaan over de prijs. Het twistgesprek windt hen vaak zo op, dat ze reeds daarmee hun behoefte stillen.
Sinds de heroïne tot de walletjes is doorgedrongen, is de prostitutie agressief geworden. Verslaafde meisjes lonken niet meer afwachtend in het rosse licht, gedwee, tot mannen van hun diensten gebruik wensen te maken, maar ze trekken eropuit. In agressieve verkooptechnieken dringen ze de klant hun charmes op. En als de klant niet wil, dan pakken ze alvast zijn portefeuille en houden die...

Op een dag kwam 's morgens een zeeman de recherchekamer binnen. Hij plofte op de stoel naast mijn bureau. Ik schatte hem op achter in de dertig. Hij was groot, breed, en had een ovaal gezicht, dat duidelijk door het leven was getekend. Hij gebaarde met een losse hand. 'Ik ben tweeduizend gulden kwijt,' zei hij achteloos.
'Hoe?' wilde ik weten.
Hij duimde wat loom naar achteren. 'Aan een griet.'
'Een hoertje?'
Hij knikte wat vaag. 'Zo mag je haar wel noemen. Een knappe meid, een verdomd knappe meid. Robuust. Weet je... d'r zat alles an.'
'Heb je die tweeduizend gegeven?'
Hij schudde het hoofd. 'Ze vroeg driehonderd... voor een hele nacht. Ik vond het wel wat veel, maar ik dacht dat ze het waard was.'
'En? Was ze het waard?'
Er gleed een glimlach van vertedering over zijn gezicht. Er kwam ook wat glans in zijn ogen. Zachtjes grinnikte hij voor zich uit.
'Of ze het waard was? Verdomme, die meid kon er wat van. Ik zit al heel wat jaartjes op zee. Ik ben vrij goed bekend in bijna alle havensteden van de wereld en ik heb overal zo... eh, mijn licht opgestoken, als u begrijpt wat ik bedoel.'
Hij sloot de ogen even om herinneringen op te roepen.
'Maar wat die meid...'
Hij opende de ogen weer en staarde in wazige verten. Na een poosje stond hij op en liep zonder verder iets te zeggen bij me vandaan.
'Die tweeduizend?' riep ik.
Hij draaide zich om en zwaaide mijn opmerking lachend weg. 'Ze was het waard.'

 

A.C. Baantjer

 

Archief verhaal van de week