Best bekeken in 1024x768

Verhaal van de week - nr. 8

 

Uit:  Rechercheur Baantjer Bureau Warmoesstraat deel 3
Uitgegeven door De Fontein - Baarn - verschenen 1993

 

Wegwezen

 

De controleur van het warenhuis deelde telefonisch mede dat hij Cornelis de Vries weer eens op heterdaad had betrapt. En of wij van de recherche hem even wilden komen ophalen. Omdat ik Cornelis al een eeuwigheid ken, waarschuwde ik geen collega, maar ging op mijn eentje op pad. Cornelis is geen wegloper. Hij kent de politieprocedure en heeft daar vrede mee.
Zijn grootste specialiteit is het stelen van paraplu's. Die hangt hij eenvoudig in series aan de binnenzakken van zijn lange regenjas en wandelt zo rustig het warenhuis uit. Die paraplu's verpatst hij in het dichtstbijzijnde café voor vijf gulden per stuk. De opbrengst zet hij onmiddellijk in drank om, want Cornelis is een overtuigd alcoholist.
Persoonlijk heb ik geen hekel aan Cornelis. Integendeel, Cornelis en ik leven op vertrouwelijke voet. Vanuit het warenhuis kuierden wij op ons gemak naar het politiebureau in de Warmoesstraat.
Hij stak een vinger omhoog. 'Dit is nu de negenentachtigste keer,' sprak hij gelaten. 'Ik houd dat voor mij zelf zo'n beetje bij.'
Ik glimlachte. 'Je haalt de honderd nog wel.'
Hij keek bezorgd naar mij op. 'Word ik weer voor de officier van justitie geleid?'
Ik haalde de schouders op. 'Ik weet niet wat de baas beslist.'
Hij trok een bedenkelijk gezicht. 'Als het even kan word ik liever niet weer voorgeleid.'
'Waarom niet?'
Hij krabde zich achter het linkeroor. 'Het is beter, dat ze mij daar op de Prinsengracht een poosje niet zien.'
Hij sjokte een tijdje zwijgend naast mij voort. 'De vorige keer werd ik wel naar de officier gebracht.' Hij schudde het hoofd. 'Wat ging die man tegen mij tekeer. Foei, foei! Daar lusten de honden geen brood van. Hij zei dat het afgelopen moest zijn met dat jatten van mij. Hij zei dat ik voortaan van de drank moest afblijven. Nou, toen werd ik toch wel even goed nijdig.' Hij keek bedenkelijk.
'Enfin, op het laatst was hij met mij klaar en mocht ik weg. In de gang kwam ik langs een kapstok en daar hing zijn jas. Een mooie jas, weet je, erg sjiek, in antracietgrijs. Omdat hij mij zo had uitgekafferd, nam ik uit nijd die jas over mijn arm en stapte het Paleis van Justitie uit.' Hij zweeg even.
'Je hebt daar vlakbij een leuk cafeetje. Ik naar binnen. Zegt de kastelein: Cornelis, wat heb je daar een mooie jas. Ik zeg: Die kan je hebben voor drie geeltjes. Hij zegt: Tof, als hij mij past is hij verkocht. En hij paste. Nou, ik hees mij eens gezellig op een kruk en nam een paar neuten. Na een uurtje moet de kastelein zijn hond uitlaten en trekt zijn nieuwe jas aan. Omdat het ook voor mij tijd werd, loop ik zover even met hem mee. Zijn we op de Prinsengracht, zie ik plotseling die officier aankomen... zonder jas.'
'En?' riep ik gespannen. 'Hoe liep het af?'
Hij wreef zich grinnikend over zijn stoppelige kin. 'Daar heb ik niet opgewacht. Cornelis, dacht ik, wegwezen!'

 

A.C. Baantjer

 

Archief verhaal van de week