|
|
|
|||
|
|||||
| Best bekeken in 1024x768 |
|
|||||||||
|
Bewijsje Op een
zondagmorgen liep ik dooreen stille Beursstraat op weg naar het
bureau. Ik kwam terug van een onderzoekje naar een vechtpartij,
waarbij een jonge vrouw ernstige steekwonden had opgelopen. Ongeveer dertig meter
voor me uit sjokte een fors gebouwde man. Hij hield het hoofd iets gebogen.
Lange armen bungelden aan afhangende schouders. Plotseling bleef hij
staan. Hij nam iets uit zijn binnenzak, frommelde wat, en wierp het toen
achteloos op straat. Ik kwam naderbij en
raapte het op. Het was een portefeuille van bruin leer met twee kleppen en een
soort ingenaaide knip. Er zat niets in, geen papieren, geen geld. Omdat iemand die lege,
zij het deugdelijke portefeuilles wegwerpt op zijn minst verdacht is, volgde ik
de man. Hij slenterde de Oudebrugsteeg in, nam links de Warmoesstraat en stapte
tot mijn verbazing het politiebureau binnen. Bij de balie bleef ik
achter hem staan. De wachtcommandant kwam naar hem toe. 'Ik wil aangifte doen,'
zei de man. 'Ze hebben me gerold.' De brigadier keek over
de schouder van de man naar mij. 'Gaat u maar met die
meneer mee.' We liepen de trappen op
en ik liet hem naast mijn bureau plaats nemen. Ik schatte hem op een goede
vijftiger. Hij zag er wat slonzig uit. Om de ogen lagen vermoeide trekken.
'U bent gerold,' opende
ik. Hij knikte. 'Ik wil van u een bewijsje dat ik aangifte heb gedaan.'
'Waar gebeurde het?'
vroeg ik ontwijkend. 'Dat weet ik niet.
Ergens in de binnenstad, gisteravond. Misschien in een café. In ieder geval ben
ik mijn portefeuille kwijt.' 'Zat er veel geld in?'
'Bijna driehonderd
gulden.' Ik floot tussen de
tanden. 'Dat is niet mis.' Hij schudde droef het
hoofd. 'Het is een rib uit mijn lijf.' Ik pakte mijn
schrijfmachine en typte zijn aangifte uit. Toen ik klaar was, legde ik hem die
ter ondertekening voor. Hij pakte mijn pen. 'Ik
krijg toch een bewijsje?' Ik antwoordde niet.
'Laten we het nog eens over uw portefeuille hebben,' zei ik. 'Het is er toch een
met twee kleppen en een ingenaaide knip?' Hij knikte instemmend. Ik nam de portefeuille,
die hij op straat had geworpen en legde deze voor hem neer. 'Is die het?'
Hij keek me met grote
ogen aan. Zijn onderlip trilde. 'Is die het?' herhaalde
ik. Hij knikte moeizaam. 'U heeft hem een
kwartiertje geleden zelf weggegooid. Ik zag het. Ik liep achter u. U... eh, u
bent niet gerold?' Hij zuchtte diep.
'Moeders heeft er niet zo veel zin meer in, de laatste tijd. Het vuur is er wat
uit, begrijpt u. Ze heeft me vijf kinderen geschonken. Daar is ze altijd mee
bezig. Als man raak je dan zo'n beetje tussen de wal en het schip.' Hij liet het
hoofd wat hangen. 'Gisteren dacht ik, ik stap er eens uit. Ik laat me door zo'n
juffie uit de stad eens lekker verwennen.' 'En dat is misgelopen?' 'Nee, integendeel, ze
deed erg haar best... zo erg, dat ik haar veel meer gaf, dan ik kon
verantwoorden.' Ik knikte begrijpend.
'En moeders wist met hoeveel geld op zak je uit huis was gegaan." Hij staarde bedroefd
naar de aangifte die voor hem lag. De pen nog in de hand. 'Ziet u, zo'n
papiertje had me mooi kunnen helpen.' A.C. Baantjer
Voor het archief van de eerder verschenen verhalen nrs 1 t/m 50 kijk hier >>> Voor het archief van de eerder verschenen verhalen nrs 51 t/m 100 kijk hier >>> Voor het archief van de eerder verschenen verhalen nrs 101 t/m ... kijk hier >>> Gebruikmaking van deze verhalen is niet toegestaan, anders dan na toestemming van de uitgeverij |
|||||||||
|
|