|
|
|
|||
|
|||||
| Best bekeken in 1024x768 |
|
|||||||||
|
Bananasplit
Ik verschijn nog wel eens op uw televisiescherm. Er zijn blijkbaar
genoeg programma's op de buis, waar ik in pas.
Ook ben ik zo
kleurloos, dat vrijwel elke omroep, commercieel of niet, van welke overtuiging
dan ook, een beroep op mij doet. En als men mij komt halen en ook terugbrengt,
doe ik een net pak aan, bind een stropdas om en ga naar de studio.
Waarom?
Ik zal
proberen het u uit te leggen. Ik schrijf verhalen en om u te plezieren doe ik
mijn uiterste best om dat zo goed en spannend mogelijk te doen. Mijn uitgever
maakt van die verhalen boeken en boeken vormen... hoe verheven men daarover ook
mag denken... een product dat verkocht moet worden. Dat is in het belang van
mijn uitgever, van de drukker, van de binder, van de boekhandel... kortom in het
belang van al die mensen die met of aan dat product hebben gewerkt. Dus ook in
het belang van mij.
Hoe verkoopt
men een product? Door het maken van reclame. Televisie is, zo leert de ervaring,
voor de commercie een krachtig en prachtig hulpmiddel. Daarom zijn er zoveel
commerciële omroepen en komen er steeds meer. Begrijpt u, het is niet louter
ijdelheid, dat ik zo nu en dan op uw huiselijk televisiescherm verschijn.
Een
lieve mevrouw, bij wie ik al eerder in een televisie-tuinprogramma was geweest,
schreef mij dat ze een nieuw programma ging maken en wel over de heimelijke
groep mannen, die thuis wel eens met een treintje
speelt. Ik behoor tot die heimelijke groep, en dat wist ze. Of ik aan haar
nieuwe programma wilde meewerken en op een bepaald tijdstip op het perron van
het treinstation in Medemblik wilde komen.
Het was een
valstrik. Maar dat wist ik niet.
Op het
afgesproken tijdstip stond ik op dat perronnetje en wachtte. Plotseling kwam een
beeldschone vrouw in een politie-uniform naar mij toe met naast haar een
jongeman geketend aan een handboei.
'Ach, meneer
Baantjer,' riep ze. 'U bent een geschenk uit de hemel. Ik moet nodig naar het
toilet. Wilt u even mijn arrestant vasthouden?'
Ik beschouw
mijzelf beslist niet als een geschenk uit de hemel, maar wat doe je als
oud-rechercheur met de smeekbede van een jonge, beeldschone vrouwelijke agent,
die zo nodig een plasje moet plegen? Ik nam de arrestant van haar over. Het
plasje duurde ongelofelijk lang en mijn arrestant beweerde met klem, dat hij
totaal onschuldig was en dat zijn arrestatie op een misverstand berustte. Hij
stond op zijn vader te wachten toen de vrouwelijke agent op hem afkwam en
plotseling zijn linkerarm in een handboei klemde. 'Laat mij gaan. Ik raak die
handboei wel ergens kwijt.'
Daar voelde
ik niets voor. Ik had de vrouwelijke agent beloofd op haar arrestant te passen
en het is mijn gewoonte om beloften na te komen. Ik heb uiteraard ervaring in
het omgaan met arrestanten. Het is van belang dat hun gedachten op jou blijven
gericht en niet afdwalen. Gelukkig bleek de jongeman wel eens een boek van mij
te hebben gelezen. Ik boog mij naar hem toe en begon hem op zachte toon de
inhoud van mijn nieuwste roman te vertellen. Hij luisterde geboeid... in dubbele
betekenis.
Ik begreep
dat ik naar een oplossing moest zoeken. De vrouwelijke agent kwam almaar niet
opdagen en ik besefte dat ik de aandacht van de jongeman niet blijvend kon
vasthouden. Verderop, tegen de gevel van het stationnetje, zag ik in het beton
een paar fietsenrekken. Al vertellende leidde ik mijn arrestant in die richting.
Toen de rekken binnen handbereik waren, ketende ik de jongeman met zijn
handboei aan een rek vast. Hij jammerde. Hulpeloos. Op het perron naderde een
kleine gezette man.
'Mijn vader,'
riep mijn arrestant.
Het was Ralf
Inbar van Bananasplit.
A.C. Baantjer
Voor het archief van de eerder verschenen verhalen nrs 1 t/m 50 kijk hier >>> Voor het archief van de eerder verschenen verhalen nrs 51 t/m 100 kijk hier >>> Voor het archief van de eerder verschenen verhalen nrs 101 t/m ... kijk hier >>> Gebruikmaking van deze verhalen is niet toegestaan, anders dan na toestemming van de uitgeverij |
|||||||||
|
|