Drachten - Schrijver Appie Baantjer zal zijn geloof niet van de daken schreeuwen. Hij is een 'verborgen verleider met bijbelteksten'. Hij hecht grote waarde aan de normen en waarden die de ex-rechercheur vanuit het christelijk geloof meekreeg. 'Hou de norm vast', zei hij zondagavond in Drachten.
Baantjer sprak tijdens een
ontmoetingsdienst in de Bethelkerk
in Drachten over zijn leven, werk en
geloof. Dat deed hij bloemrijk en
met de nodige humor. Doorspekt met
diverse anekdotes uit zijn
politietijd, zoals de foute grappen
die de dienders onderling
uithaalden. Maar ook over zijn
andere hobby, naast het schrijven:
treintjes.
De oud-politieman en schrijver werd
in 1923 geboren op Urk. 'Op zondag
tijdens de ochtenddienst. Ze moesten
de vroedvrouw uit de kerk halen.'
Baantjer komt uit een christelijk
gezin. Zijn grootvader was ouderling
in de Urker Bethelkerk. Als klein
jongetje ging Baantjer altijd naar
hem luisteren in de kerk als de
visser sprak tijdens het
ziekenuurtje. '‘Let op de
zegeningen, op de mooie dingen die
je van God toekomen’, was zijn
boodschap. Ik probeerde zo als hem
te zijn. De blijmoedigheid van het
geloof straalde hij uit.'
Zij moeder kende de 'hele bijbel'.
'Ik ben opgegroeid met
bijbelteksten. Dreigende teksten,
die veel verder gingen dan die in
het Wetboek van Strafrecht', werden
geciteerd uit de Statenvertaling.
Hij is zijn moeder en grootvader nog
altijd dankbaar voor de 'goddelijke
bagage' die de jonge Albert Cornelis
zo meekreeg.
In 1945 begon hij bij de Radio,
Auto- en Motordienst van de politie
Amsterdam. Zijn vader had voor hem
gesolliciteerd. 'Het was een heel
andere tijd. Ik droeg nog een
sabel.' In 1955 werd Baantjer
rechercheur bij bureau
Warmoesstraat, waar hij 38 jaar
werkte. Het geloof vormde zijn
geweten en hij had er tijdens zijn
werk veel aan.
In 1959 startte Baantjer met
schrijven en verscheen zijn eerste
boek: 5x8 grijpt in. Met
belevenissen die hij bij de
alarmdienst met het telefoonnummer
88888 meemaakte. 'Het werd een reuze
flop. 3000 exemplaren gedrukt en
2000 kwamen terecht bij De Slegte.'
Na een prijs in een
verhalenwedstrijd voor Het Parool in
1961 - hij stuurde onder de naam van
zijn moeder het verhaal in - keerde
alsnog het tij. In 1964 verzon hij
het personage De Cock, de
Amsterdamse rechercheur en zijn
assistent Vledder. Er zijn nu
zeventig De Cock-boeken verschenen
en nog tien andere boeken van zijn
hand. Onlangs begon hij aan het
71ste deel uit de misdaadromanreeks:
De Cock en moord als verlossing,
kreeg deze als voorlopige werktitel.
De televisieserie Baantjer, die in
december na twaalf jaar stopte, was
gebaseerd op deze boeken. Op het
hoogtepunt keken wekelijks 3,5
miljoen kijkers. De nu in Medemblik
woonachtige schrijver verkocht zeven
miljoen boeken. De Bethel had
gisteren overigens een eigen crime
scène (plaats delict) gemaakt in de
hal met een mogelijk 72ste deel: De
Cock en het geheim van de Bethel.
Zo lang mensen hem blijven lezen, blijft Baantjer schrijven. 'Schrijven is een zalige bezigheid.' In elk boek geeft hij iets mee over het geloof. Hij probeert zijn ideeën over recht en gerechtigheid uit te dragen. Dat doet hij letterlijk en bewust tussen de regels door. 'Als een verborgen verleider' - de teksten die zijn moeder hem inpompte - 'want als ik het te nadrukkelijk doe raak ik lezers kwijt.'
Normenpakket
Ook in het politiewerk kon hij door het
normenpakket van thuis staande blijven
in het werk, terwijl hij collega’s zag
vallen voor verleidingen. 'Het gaf me
kracht om te blijven wie ik ben.'
Het mooiste aan het politiewerk heeft
hij altijd 'het omgaan met mensen'
gevonden. 'Ik heb altijd geprobeerd in
de ander de mens te zien. Het
interesseerde me nooit wát iemand had
gedaan, maar waarom? Hoe kwam het dat
bij iemand de knop om was gegaan?' Alle
criminaliteit en moorden - zijn eerste
sectie was een jongetje van anderhalf -
heeft zijn Godsbeeld niet veranderd. Wel
zocht hij God bij de verwerking van
alles. 'Daar had ik God bij nodig. Om
ook nog andere dingen te kunnen zien.'
Baantjer 'een
verborgen verleider'