Best bekeken in 1024x768

Jossie: doodgeslagen in haar peeskamer

 

Bron :   Panorama
Editie :   augustus 2006
Tekst :   Maaike Ruepert
Foto :    

Appie Baantjer over zijn grootste zaak ooit

 

De moord op de Amsterdamse prostituee 'Magere Jossie', die precies 49 jaar geleden werd doodgeslagen in haar peeskamer, was de eerste grote zaak voor rechercheur Appie Baantjer. Ondanks twee jaar onderzoek én een veroordeling bleef de moord officieel onopgelost.

 

Zondag 11 augustus 1957 lijkt een prachtige zomerse dag te gaan worden. Maar Magere Jossie heeft er op deze vroege ochtend weinig oog voor. De 33-jarige prostituee zit al sinds tien uur 's avonds in haar peeskelder aan de Oudezijds Achterburgwal klaar voor haar clientèle. Aan collega 'Schele Riek', die haar tegen zessen om condooms komt vragen, vertelt Magere Jossie dat ze die nacht nog maar zestig gulden heeft verdiend. Als Schele Riek een uur en twee klanten later opnieuw langs Jossies peeskamer loopt, ziet ze dat de gordijnen dicht zijn. Jossie heeft nog een klant, denkt Riek.

Weer een uur later, het is tien over acht, meldt een nerveuze man zich bij de balie van politiebureau Warmoesstraat. "Er is een vrouw bewusteloos gevonden," zegt hij en maakt een vaag gebaar naar zijn hals. "Ze heeft blauwe plekken in haar nek." De man die aangifte doet, blijkt de 40-jarige pooier Joop S. die bekendstaat als een sluw en bruut man. De vrouw over wie hij het heeft, is zijn bloedeigen echtgenote Johanna Machelina Oudes alias Magere Jossie, een blijmoedige vrouw met kinderlijke trekjes.

Het echtpaar woont op de eerste verdieping van het pand aan de Oudezijds Achterburgwal. Op de bel-etage zit 'Manke Miep', een klein gebogen vrouwtje. Zij is de eigenaresse van het pand. Vanuit haar raam bespiedt ze de mannen die de peeskelder onder het huis bezoeken. Manke Miep incasseert namelijk de helft van Jossies verdiensten.

 

lk móest deze zaak oplossen

Het is aan de dan 33-jarige rechercheur Appie Baantjer om de moord op Magere Jossie op te lossen. De later beroemd geworden misdaadauteur heeft dan nog nauwelijks ervaring. "Het was mijn eerste grote zaak," vertelt de inmiddels 82-jarige oud-rechercheur in zijn huis in West-Friesland. "Ik had wel meegeholpen aan de moord op 'Chinese Annie' een jaar eerder. Maar dit was echt mijn zaak. En het was meteen de grootste zaak ooit."

 

Als het hoofd recherche zegt dat 'van alle moordzaken die een rechercheur tijdens zijn loopbaan krijgt, hij er één weet te verknoeien', besluit Baantjer dat hem dat nooit mag overkomen. Baantjer: "Hij kon me nog meer vertellen. Deze zaak moest en zou ik tot een goed einde brengen. Dus ik zette alles op alles. Op het laatst wist ik meer over Jossie dan zij over zichzelf." De rechercheur in ruste beschrijft Magere Jossie als 'een lieve meid met een groot, eenzaam hoerenhart.' Jossie is eigenlijk te lief, ook voor klanten. Veel klanten ziet ze als naar liefde hunkerende stakkers. En die liefde wil zij hen wel kosteloos geven. Jossie blijkt er een hele schare minnaars op na te houden die ze zo nu en dan wat toestopt. Aan een van hen doet ze zelfs de bromfiets van haar echtgenoot cadeau. Als Joop haar naar zijn bromfiets vraagt, zegt Jossie: "Zeker gestolen." Ondertussen bromt ze bij mooi weer bij haar minnaar achterop, richting het strand. Maar Joop S. is ook niet achterlijk. Hij weet dat Magere Jossie niet te vertrouwen is. 's Nachts slaapt hij niet, om haar in de gaten te houden. Hij is erg op de centen en slaat haar als ze niet genoeg heeft binnengebracht. Appie Baantjer gelooft Joop dan ook niet als hij tijdens verhoren verklaart dat hij in de nacht van 10 op 11 augustus lag te slapen. Volgens Joops versie van de gebeurtenissen zou hij pas wakker zijn geworden toen de bovenbuurvrouw even voor acht uur met veel kabaal aanbelde. Enkele getuigen vertellen Baantjer echter dat ze Joop die nacht en ochtend hebben gezien, op straat en leunend uit het raam van zijn woning. Maar niemand heeft hem de moord zien plegen. Zelfs Manke Miep niet, die altijd alles zo goed in gaten hield. Baantjers onderzoek loopt vast.

 

Een ooggetuige meldt zich

Tot Baantjer ruim een jaar na de moord een brief ontvangt van ene Arthur, een 28-jarige kelner uit Hilversum. Arthur schrijft dat hij Joop Magere Jossie zag vermoorden. Hij had zich er eerst niet mee willen bemoeien, maat nu de moord nóg niet is opgelost, wil hij wel een verklaring afleggen.

 

Arthur blijkt een bekende van Joop en Jossie. Hij is de broer van hun bovenbuurman. Op de ochtend van 11 augustus wilde hij, na een zware nacht stappen, op bezoek bij zijn broer. Hij had daar even met Magere Jossie over gesproken. Jossie vond het te vroeg voor een bezoek. Het was nog voor zevenen. Daarop was Arthur bij de Oude Kerk aan de overkant van de gracht gaan zitten.

Arthur zat te dutten toen hij een korte, rauwe kreet hoorde. Hij keek op en zag hoe een woeste Joop S. Jossie sloeg en schopte. Jossie vluchtte, achtervolgd door Joop, de peeskelder in. Het laatste dat Arthur zag, was Joop die de gordijntjes dichtschoof. Arthurs getuigenis vormt het laatste stukje bewijs voor Baantjer. In april 1959 arresteert hij Joop S. op verdenking van moord. Op 18 november van dat jaar begint het geruchtmakende proces, waarin zestig getuigen openhartig over de rosse buurt vertellen. De Amsterdamse rechtbank veroordeelt Joop tot tien jaar cel voor zware mishandeling met de dood tot gevolg. Maar op 17 mei 1960 spreekt het gerechtshof hem vrij wegens gebrek aan bewijs. Joop maakt een stijve buiging voor de rechters en zegt: "Heren, u wordt vriendelijk bedankt." De moord op Magere Jossie staat sindsdien als onopgelost te boek. Appie Baantjer voelt dat anders, al blijft hij voorzichtig in zijn bewoordingen: "Het leek er toen het meest op dat Joop het had gedaan." Joop S. zelf kan er niets meer over zeggen, hij heeft zijn geheimen mee het graf in genomen. Net als Manke Miep. Na de moord op Jossie zei ze de hoeren-business vaarwel. Haar laatste adem blies ze jaren geleden uit in een voormalige pastorie in Giethoorn.