|
Zo snugger als Jurriaan
de Cock zijn er niet veel. Maar Julia en haar broer Marcus die hun oom in
Pompeji graag helpen met het oplossen van duistere zaakjes, zijn evenmin van
gisteren. En ook Flavia Gemina, de dochter van een Romeinse zeekapitein blijkt
een echte meesterspeurder.
'Het
is hier zo verschrikkelijk druk en de mensen zeggen elkaar op straat niet eens
gedag. Ik heb gehoord dat er hier ook veel misdaden worden gepleegd.' Dat zei
Jurriaan de Cock tegen zijn vriendje Jan toen die wilde weten wat hij van
Amsterdam vond. Jurriaan is van Urk en hij heeft sinds zijn verhuizing naar de
grote stad nu twee weken geleden al meer spannends meegemaakt dan in twaalf jaar
ervoor. Al op de eerste dag nota bene kreeg hij met de misdaad te maken. Hij was
na een potje voetballen aan de praat geraakt met Tanneke van Oranje, een meisje
dat een raar hoedje op had met kwasten die langs haar oren bungelden. Ze hadden
meteen een afspraakje gemaakt. Later bij haar thuis vertelde haar vader die
rechercheur is over ene Bakelaar, een straatarme voddenboer: 'Hij liep zomer en
winter in hetzelfde versleten pak. Als hij ergens spullen ophaalde, bedelde hij
altijd om een beetje eten. Hij woonde in een krot van een huis. Hij moest wel
aardig verdienen, maar als iemand hem vroeg of hij echt zo arm was, werd hij
woedend en zei dat hij zelfs geen geld had om boter op zijn brood te kopen.'
Diezelfde Bakelaar was
korte tijd later op het bureau komen vertellen dat hij zijn einde voelde
naderen, dat hij zijn leven lang al zijn centjes opzij had gelegd, dat het geld
na zijn dood tevoorschijn zou komen en dat er een kindertehuis van gebouwd moest
worden. Toen ze hem een paar dagen daarna dood in huis vonden, lag er alleen een
velletje papier op tafel met in koeien van blokletters
AJJEDELETFAANUTKEZEINOPLIGTZAJJEDEPEGELSFINNE. Je zult het niet geloven, maar
waar meneer Van Oranje zich al die tijd suf over had gedacht, werd door Jurriaan
in een zucht opgelost.
Over de slimste jongen
van heel Amsterdam - als je Tanneke mag geloven ook de aardigste - schreef John
Bakkenhoven Cockie met ceeooceekaa. Op een van de eerste bladzijden van het
boekje bedankt de schrijver rechercheur De Cock, die hem zijn avonturen als
jongen van twaalf vertelde. En als je weleens naar de televisieserie Baantjer
hebt gekeken, begint er nu vast en zeker een lampje bij je te branden. Precies,
Cockie met ceeooceekaa is Baantjer maar dan jaren jonger, aan het begin van zijn
carrièrre zullen we maar zeggen. Nog zo jong, en al zo spits en van
zessenklaar. Jeminikkie! Joepiejo! Happiedollie! wat een ventje! Maar zeg nou
zelf, als jij steeds op het kritieke moment kriebels in je been zou voelen, wist
je toch ook door welke boef mevrouw Splinter tegen haar knie was getrapt, wie
het ringetje van Trees Kamp heeft gestolen, wie mevrouw Schreuder een klap op
haar hoofd verkocht, welke kerel met een bivakmuts op en een mes in zijn hand
tante Marie bedreigde, en - maar nu gaat het over iets heel anders - of het nog
wat wordt tussen Cockie en Tanneke.
In Speurneuzen in
Pompeji van Germund Mielke helpen Marcus en zijn zusje Julia hun oom Antonius
met het vinden van oplossingen voor wat hij noemt `zijn gevallen`. Als ediel
(zoiets als inspecteur van politie en ombudsman) van de beroemde stad Pompeji
krijgt hij te maken met burgers die hun beklag komen doen over dieven, inbrekers
en andere gluiperds zoals oplichters en saboteurs. Bijzonder is dat jijzelf met
Marcus en Julia alle spannende kwesties kunt oplossen. Als je tenminste de
moeite neemt met aandacht te lezen en op elke kleine aanwijzing let. Mooi
meegenomen is dat je spelenderwijs een hoop te weten komt over het leven in een
Romeinse stad in de eerste eeuw na Christus. Achterin het boek staan de
oplossingen van de raadsels, én nog een extra speurdersverhaal.
In dezelfde tijd, in 79 na Chr. speelt het boek Flavia en de dieven van Ostia
van Caroline Lawrence zich af. Wat begint met de diefstal van een kostbare
zegelring wordt een spannend detective-verhaal dat zich afspeelt tussen en in de
graven van de dodenstad net buiten de haven van het Oude Rome.
John Bakkenhoven: Cockie met ceeooceekaa.
Fontein; 128 blz.; ƒ 9,95.
Germund Mielke: Speurneuzen in… Pompeji. Leopold; 87 blz.; ƒ 29,90. Caroline
Lawrence: Flavia en de dieven van Ostia. Piramide; 144 blz.; ƒ 21,99.
Voor wie graag verhalen schrijft is er de Cockie-verhalenwedstrijd. Dit moet je
doen: Schrijf in maximaal 1500 woorden een kort verhaal over de jonge speurneus
De Cock. Stuur je verhaal voor 31 december naar uitgeverij Fontein, Postbus 1,
3740 AA Baarn. Win je dan komt jouw verhaal in De Baarnse Courant en krijg je
een boekenpakket met zes boeken. De tweede en derde prijs zijn een boekenpakket
met respectievelijk vier en drie boeken.
|