Best bekeken in 1024x768

Slimste jongen van Amsterdam lost heel wat op

 
 
Bron :   De Gelderlander
Editie :   6 december 2001
Tekst :   Jan Smeekens
Foto :    

Zo snugger als Jurriaan de Cock zijn er niet veel. Maar Julia en haar broer Marcus die hun oom in Pompeji graag helpen met het oplossen van duistere zaakjes, zijn evenmin van gisteren. En ook Flavia Gemina, de dochter van een Romeinse zeekapitein blijkt een echte meesterspeurder.

 

'Het is hier zo verschrikkelijk druk en de mensen zeggen elkaar op straat niet eens gedag. Ik heb gehoord dat er hier ook veel misdaden worden gepleegd.' Dat zei Jurriaan de Cock tegen zijn vriendje Jan toen die wilde weten wat hij van Amsterdam vond. Jurriaan is van Urk en hij heeft sinds zijn verhuizing naar de grote stad nu twee weken geleden al meer spannends meegemaakt dan in twaalf jaar ervoor. Al op de eerste dag nota bene kreeg hij met de misdaad te maken. Hij was na een potje voetballen aan de praat geraakt met Tanneke van Oranje, een meisje dat een raar hoedje op had met kwasten die langs haar oren bungelden. Ze hadden meteen een afspraakje gemaakt. Later bij haar thuis vertelde haar vader die rechercheur is over ene Bakelaar, een straatarme voddenboer: 'Hij liep zomer en winter in hetzelfde versleten pak. Als hij ergens spullen ophaalde, bedelde hij altijd om een beetje eten. Hij woonde in een krot van een huis. Hij moest wel aardig verdienen, maar als iemand hem vroeg of hij echt zo arm was, werd hij woedend en zei dat hij zelfs geen geld had om boter op zijn brood te kopen.'

Diezelfde Bakelaar was korte tijd later op het bureau komen vertellen dat hij zijn einde voelde naderen, dat hij zijn leven lang al zijn centjes opzij had gelegd, dat het geld na zijn dood tevoorschijn zou komen en dat er een kindertehuis van gebouwd moest worden. Toen ze hem een paar dagen daarna dood in huis vonden, lag er alleen een velletje papier op tafel met in koeien van blokletters AJJEDELETFAANUTKEZEINOPLIGTZAJJEDEPEGELSFINNE. Je zult het niet geloven, maar waar meneer Van Oranje zich al die tijd suf over had gedacht, werd door Jurriaan in een zucht opgelost.

 

Over de slimste jongen van heel Amsterdam - als je Tanneke mag geloven ook de aardigste - schreef John Bakkenhoven Cockie met ceeooceekaa. Op een van de eerste bladzijden van het boekje bedankt de schrijver rechercheur De Cock, die hem zijn avonturen als jongen van twaalf vertelde. En als je weleens naar de televisieserie Baantjer hebt gekeken, begint er nu vast en zeker een lampje bij je te branden. Precies, Cockie met ceeooceekaa is Baantjer maar dan jaren jonger, aan het begin van zijn carrièrre zullen we maar zeggen. Nog zo jong, en al zo spits en van zessenklaar. Jeminikkie! Joepiejo! Happiedollie! wat een ventje! Maar zeg nou zelf, als jij steeds op het kritieke moment kriebels in je been zou voelen, wist je toch ook door welke boef mevrouw Splinter tegen haar knie was getrapt, wie het ringetje van Trees Kamp heeft gestolen, wie mevrouw Schreuder een klap op haar hoofd verkocht, welke kerel met een bivakmuts op en een mes in zijn hand tante Marie bedreigde, en - maar nu gaat het over iets heel anders - of het nog wat wordt tussen Cockie en Tanneke.

 

In Speurneuzen in Pompeji van Germund Mielke helpen Marcus en zijn zusje Julia hun oom Antonius met het vinden van oplossingen voor wat hij noemt `zijn gevallen`. Als ediel (zoiets als inspecteur van politie en ombudsman) van de beroemde stad Pompeji krijgt hij te maken met burgers die hun beklag komen doen over dieven, inbrekers en andere gluiperds zoals oplichters en saboteurs. Bijzonder is dat jijzelf met Marcus en Julia alle spannende kwesties kunt oplossen. Als je tenminste de moeite neemt met aandacht te lezen en op elke kleine aanwijzing let. Mooi meegenomen is dat je spelenderwijs een hoop te weten komt over het leven in een Romeinse stad in de eerste eeuw na Christus. Achterin het boek staan de oplossingen van de raadsels, én nog een extra speurdersverhaal.


In dezelfde tijd, in 79 na Chr. speelt het boek Flavia en de dieven van Ostia van Caroline Lawrence zich af. Wat begint met de diefstal van een kostbare zegelring wordt een spannend detective-verhaal dat zich afspeelt tussen en in de graven van de dodenstad net buiten de haven van het Oude Rome.

John Bakkenhoven: Cockie met ceeooceekaa. Fontein; 128 blz.; ƒ 9,95.
Germund Mielke: Speurneuzen in… Pompeji. Leopold; 87 blz.; ƒ 29,90. Caroline Lawrence: Flavia en de dieven van Ostia. Piramide; 144 blz.; ƒ 21,99.


Voor wie graag verhalen schrijft is er de Cockie-verhalenwedstrijd. Dit moet je doen: Schrijf in maximaal 1500 woorden een kort verhaal over de jonge speurneus De Cock. Stuur je verhaal voor 31 december naar uitgeverij Fontein, Postbus 1, 3740 AA Baarn. Win je dan komt jouw verhaal in De Baarnse Courant en krijg je een boekenpakket met zes boeken. De tweede en derde prijs zijn een boekenpakket met respectievelijk vier en drie boeken.